BWBR0039061
Geldig vanaf 03-01-2017
Artikel 11
Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO
1. Een onderneming als bedoeld in artikel 2, vierde lid van verordening 1071/2009/EG wordt als vervoerder beschouwd in de zin van artikel 1.1 WWG, indien deze onderneming aantoont dat er voor rekening en risico van de onderneming beroepsgoederenvervoer wordt verricht.
2. Om te beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van vervoer voor rekening en risico van de onderneming onderzoekt de NIWO of er een voldoende mate van financiële verstrengeling is. Bij dit onderzoek kunnen in ieder geval de volgende elementen worden betrokken:
a. er is sprake van één of meer rijdende deelnemer(s);
b. de voor het vervoer bestemde voertuigen staan ter beschikking van de onderneming;
c. de winstgerechtigdheid per deelnemer is niet in overwegende mate gerelateerd aan de aan deze deelnemer toe te rekenen omzet en kosten;
d. de onderneming draagt in overwegende mate het arbeidsongeschiktheidsrisico van de deelnemers;
e. de onderneming kent een regeling waarmee eventuele knelpunten in het vervoersschema kunnen worden opgevangen;
f. opdrachtgevers geven hun opdracht aan de onderneming;
g. facturatie geschiedt uit naam van de onderneming;
h. de onderneming draagt het debiteurenrisico;
i. de onderneming neemt de gebruikelijke verzekeringen uit.
3. Onder deelnemers als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: de vennoten van een vennootschap onder firma, de beherende en stille vennoten van een commanditaire vennootschap, de maten van een maatschap, de leden van een coöperatie, de leden van een vereniging en de bestuurders van een stichting.
4. De NIWO kan bij een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een maatschap, een coöperatie en een stichting eisen dat er een door de NIWO opgesteld formulier verklaring gezamenlijk vervoer wordt overgelegd.
2. Om te beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van vervoer voor rekening en risico van de onderneming onderzoekt de NIWO of er een voldoende mate van financiële verstrengeling is. Bij dit onderzoek kunnen in ieder geval de volgende elementen worden betrokken:
a. er is sprake van één of meer rijdende deelnemer(s);
b. de voor het vervoer bestemde voertuigen staan ter beschikking van de onderneming;
c. de winstgerechtigdheid per deelnemer is niet in overwegende mate gerelateerd aan de aan deze deelnemer toe te rekenen omzet en kosten;
d. de onderneming draagt in overwegende mate het arbeidsongeschiktheidsrisico van de deelnemers;
e. de onderneming kent een regeling waarmee eventuele knelpunten in het vervoersschema kunnen worden opgevangen;
f. opdrachtgevers geven hun opdracht aan de onderneming;
g. facturatie geschiedt uit naam van de onderneming;
h. de onderneming draagt het debiteurenrisico;
i. de onderneming neemt de gebruikelijke verzekeringen uit.
3. Onder deelnemers als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: de vennoten van een vennootschap onder firma, de beherende en stille vennoten van een commanditaire vennootschap, de maten van een maatschap, de leden van een coöperatie, de leden van een vereniging en de bestuurders van een stichting.
4. De NIWO kan bij een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een maatschap, een coöperatie en een stichting eisen dat er een door de NIWO opgesteld formulier verklaring gezamenlijk vervoer wordt overgelegd.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039061
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl