BWBR0039034
Geldig vanaf 03-01-2017
Artikel 7
Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het goederenvervoer over de weg
1. De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredige sanctie is indien:
a. de handelingen van derden die ten grondslag liggen aan de zeer ernstige overtredingen van wezenlijke invloed zijn geweest;
b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van bedoelde overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of
c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor één of meer overtredingen niet aan hem zijn te verwijten.
2. De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoersmanager kan aantonen dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:
a. het geven van de nodige en kenbare instructies aan de chauffeurs;
b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving waarin de zeer ernstige overtredingen zijn bestraft of beboet;
c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving; en
d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.
3. De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 8, derde lid.
a. de handelingen van derden die ten grondslag liggen aan de zeer ernstige overtredingen van wezenlijke invloed zijn geweest;
b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van bedoelde overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of
c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor één of meer overtredingen niet aan hem zijn te verwijten.
2. De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoersmanager kan aantonen dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:
a. het geven van de nodige en kenbare instructies aan de chauffeurs;
b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving waarin de zeer ernstige overtredingen zijn bestraft of beboet;
c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving; en
d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.
3. De NIWO beslist dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 8, derde lid.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039034
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl