BWBR0038987
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 7
Regeling lente- en zomerscholen vo
1. De subsidie wordt uiterlijk op 10 april 2020 direct vastgesteld. De minister betaalt het subsidiebedrag uiterlijk in juli 2020 in één keer.
2. In afwijking van het eerste lid, wordt de subsidie, indien de aanvraag mede betrekking heeft op een lenteschool en uiterlijk op 1 maart 2020 is ingediend, uiterlijk op 3 april 2020 vastgesteld en verstrekt.
3. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
4. Voor zover het subsidie tot € 25.000 betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsof Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESin de jaarverslaggeving, en toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
5. Voor zover het subsidie van € 25.000 of meer betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsof Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESin de jaarverslaggeving met model G1.
6. De uitvoerende school maakt er bij de minister melding van, indien het aantal daadwerkelijk aan een lente- of zomerschool deelnemende leerlingen minder is dan 85 procent van het geprognosticeerde aantal leerlingen. In dat geval stelt de minister de subsidie lager vast.
2. In afwijking van het eerste lid, wordt de subsidie, indien de aanvraag mede betrekking heeft op een lenteschool en uiterlijk op 1 maart 2020 is ingediend, uiterlijk op 3 april 2020 vastgesteld en verstrekt.
3. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
4. Voor zover het subsidie tot € 25.000 betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsof Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESin de jaarverslaggeving, en toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
5. Voor zover het subsidie van € 25.000 of meer betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsof Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESin de jaarverslaggeving met model G1.
6. De uitvoerende school maakt er bij de minister melding van, indien het aantal daadwerkelijk aan een lente- of zomerschool deelnemende leerlingen minder is dan 85 procent van het geprognosticeerde aantal leerlingen. In dat geval stelt de minister de subsidie lager vast.