BWBR0038872
Geldig vanaf 2018-10-15
Artikel 12
Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding
1. De minister stelt op aanvraag de uitkering vast op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor de posten, bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de posten waarvoor de hoogte op grond van artikel 10, tweede lid, is bepaald.
2. De uitkering wordt ambtshalve vastgesteld op nul indien op 15 juli volgend op de dag waarop sinds de verlening van de uitkering vijf jaren zijn verstreken:
a. de woonbestemming op het gedeelte van het perceel waar de woning zich ten tijde van het aanvragen van de uitkering bevond niet is vervallen, of
b. niet binnen twee jaar na verlening van de uitkering door het bevoegde gemeentelijke bestuursorgaan een besluit is genomen gericht op het aanpassen van de bestemming tot een andere dan een aan wonen gerelateerde bestemming met ingang van de datum, bedoeld in de aanhef.
3. Een uitkering kan lager worden vastgesteld indien een procedure als gevolg van een rechterlijke uitspraak niet tot bestemmingswijziging heeft geleid of indien de verbinding waaronder de desbetreffende woning zich bevindt zal worden verplaatst of wordt vervangen door ondergrondse delen.
4. Het tweede lid is niet van toepassing op een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet.
5. Op aanvraag stelt de minister in afwijking van de datum, genoemd in het tweede lid, aanhef, de datum 15 juli 2027 vast voor een groep in elkaars nabijheid gelegen woningen die zich onder eenzelfde deel van een hoogspanningsverbinding bevinden.
6. Een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid wordt niet eerder ingediend dan twee jaar nadat een uitkering is verleend voor aankoop van de eerste woning in het desbetreffende gebied.
2. De uitkering wordt ambtshalve vastgesteld op nul indien op 15 juli volgend op de dag waarop sinds de verlening van de uitkering vijf jaren zijn verstreken:
a. de woonbestemming op het gedeelte van het perceel waar de woning zich ten tijde van het aanvragen van de uitkering bevond niet is vervallen, of
b. niet binnen twee jaar na verlening van de uitkering door het bevoegde gemeentelijke bestuursorgaan een besluit is genomen gericht op het aanpassen van de bestemming tot een andere dan een aan wonen gerelateerde bestemming met ingang van de datum, bedoeld in de aanhef.
3. Een uitkering kan lager worden vastgesteld indien een procedure als gevolg van een rechterlijke uitspraak niet tot bestemmingswijziging heeft geleid of indien de verbinding waaronder de desbetreffende woning zich bevindt zal worden verplaatst of wordt vervangen door ondergrondse delen.
4. Het tweede lid is niet van toepassing op een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet.
5. Op aanvraag stelt de minister in afwijking van de datum, genoemd in het tweede lid, aanhef, de datum 15 juli 2027 vast voor een groep in elkaars nabijheid gelegen woningen die zich onder eenzelfde deel van een hoogspanningsverbinding bevinden.
6. Een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid wordt niet eerder ingediend dan twee jaar nadat een uitkering is verleend voor aankoop van de eerste woning in het desbetreffende gebied.