BWBR0038862
Geldig vanaf 2016-12-15
Artikel 5
Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst 2016
1. De leden van het MT Belastingdienst (zoals genoemd in artikel 3, derde lid) hebben binnen het kader van het jaarplan en binnen eventueel door de bewindspersoon of namens de bewindspersoon door de secretaris-generaal of de directeur-generaal Belastingdienst gegeven richtlijnen mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende de beleids-, bedrijfsvoerings- en uitvoeringsaangelegenheden, zoals genoemd in bijlage 1 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën.
2. Het mandaat zoals toegekend in het eerste lid kan binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.
3. De mandaathouder, zoals bedoeld in het tweede lid, treedt over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn in contact met het lid van het MT Belastingdienst waaronder hij ressorteert, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.
4. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.
2. Het mandaat zoals toegekend in het eerste lid kan binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.
3. De mandaathouder, zoals bedoeld in het tweede lid, treedt over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn in contact met het lid van het MT Belastingdienst waaronder hij ressorteert, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.
4. De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:
DE MINISTER VAN FINANCIËN, resp. DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
namens deze,
(handtekening)
gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.