BWBR0038852
Geldig vanaf 2016-11-26
Artikel 7
Regeling maatregelen beschermings- en toezichtsgebied vogelgriep Biddinghuizen 2016
1. Het vervoer van vee, konijnen en pelsdieren, afkomstig van of naar een inrichting, is verboden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van evenhoevigen van de wei naar de locatie waartoe deze dieren behoren toegestaan, indien:
a. het vervoer plaatsvindt in de eerste 24 uur na het tijdstip waarop het beschermingsgebied is aangewezen,
b. het vervoer noodzakelijk is in verband met het melken van de dieren, en
c. de vervoersafstand niet meer dan tien kilometer bedraagt.
3. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van een paardachtige die zich in een levensbedreigende situatie bevindt, toegestaan, indien:
a. het dier wordt vervoerd naar een gespecialiseerde dierenkliniek,
b. een verklaring van een dierenarts aanwezig is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in de aanhef en dat de kliniek instemt met de behandeling, en
c. voorafgaand aan het vervoer de geplande route aan de Minister is gemeld.
4. Het aanvoeren van gedomesticeerde zoogdieren naar een inrichting en het afvoeren van gedomesticeerde zoogdieren van een inrichting is verboden.
5. In afwijking van het vierde lid, is de aanvoer en afvoer van gedomesticeerde zoogdieren toegestaan, indien:
a. voor zover van toepassing, het vervoer van deze dieren op grond van dit artikel is toegestaan, en
b. indien het gezelschapsdieren betreft, de dieren alleen toegang hebben tot voor mensen bestemde leefruimten, waar zij: i. niet in contact komen met gevogelte;
ii. geen toegang hebben tot plaatsen waar gevogelte wordt gehouden.
i. niet in contact komen met gevogelte;
ii. geen toegang hebben tot plaatsen waar gevogelte wordt gehouden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van evenhoevigen van de wei naar de locatie waartoe deze dieren behoren toegestaan, indien:
a. het vervoer plaatsvindt in de eerste 24 uur na het tijdstip waarop het beschermingsgebied is aangewezen,
b. het vervoer noodzakelijk is in verband met het melken van de dieren, en
c. de vervoersafstand niet meer dan tien kilometer bedraagt.
3. In afwijking van het eerste lid is het vervoer van een paardachtige die zich in een levensbedreigende situatie bevindt, toegestaan, indien:
a. het dier wordt vervoerd naar een gespecialiseerde dierenkliniek,
b. een verklaring van een dierenarts aanwezig is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in de aanhef en dat de kliniek instemt met de behandeling, en
c. voorafgaand aan het vervoer de geplande route aan de Minister is gemeld.
4. Het aanvoeren van gedomesticeerde zoogdieren naar een inrichting en het afvoeren van gedomesticeerde zoogdieren van een inrichting is verboden.
5. In afwijking van het vierde lid, is de aanvoer en afvoer van gedomesticeerde zoogdieren toegestaan, indien:
a. voor zover van toepassing, het vervoer van deze dieren op grond van dit artikel is toegestaan, en
b. indien het gezelschapsdieren betreft, de dieren alleen toegang hebben tot voor mensen bestemde leefruimten, waar zij: i. niet in contact komen met gevogelte;
ii. geen toegang hebben tot plaatsen waar gevogelte wordt gehouden.
i. niet in contact komen met gevogelte;
ii. geen toegang hebben tot plaatsen waar gevogelte wordt gehouden.