BWBR0038835
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 3
Besluit bijdrage rijksincassovoorziening
1. Een aangesloten organisatie verstrekt ieder jaar uiterlijk op 31 juli aan Onze Minister gegevens met betrekking tot het voor het volgende jaar verwachte aantal aangeboden vorderingen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een zelfstandige bestuursorgaan dat ingevolge een besluit van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst op grond van artikel 21a van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenhet volgende jaar gebruik zal maken van de rijksincassovoorziening.
3. Onze Minister stelt ieder jaar op uiterlijk 30 september voor het volgende jaar de gemiddelde vaste kosten per aangeboden vordering en de gemiddelde variabele kosten per aangeboden vordering vast op basis van het verwachte totale aantal aangeboden vorderingen in dat jaar.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een zelfstandige bestuursorgaan dat ingevolge een besluit van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst op grond van artikel 21a van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenhet volgende jaar gebruik zal maken van de rijksincassovoorziening.
3. Onze Minister stelt ieder jaar op uiterlijk 30 september voor het volgende jaar de gemiddelde vaste kosten per aangeboden vordering en de gemiddelde variabele kosten per aangeboden vordering vast op basis van het verwachte totale aantal aangeboden vorderingen in dat jaar.