BWBR0038778
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 17
Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers
1. De onderzoeker, bedoeld in artikel 15, eerste lid, verricht het bloedonderzoek binnen vier weken na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed. De methode die hij voor het bloedonderzoek hanteert, voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
2. De onderzoeker stelt een in de Nederlandse taal gesteld schriftelijk verslag van het resultaat van het bloedonderzoek op en ondertekent dat verslag.
3. In afwijking van het tweede lid mag het verslag in de Engelse taal zijn gesteld, indien de onderzoeker die het verslag opstelt, verbonden is aan een laboratorium als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder b.
4. Het verslag bevat in ieder geval:
a. de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte met behulp van wiens bloed het onderzoek is verricht,
b. het sporenidentificatienummer van het buisje met bloed met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht,
c. de methode met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht, en
d. het resultaat van het bloedonderzoek.
5. De onderzoeker stuurt het verslag binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan de opdrachtgever van het bloedonderzoek.
2. De onderzoeker stelt een in de Nederlandse taal gesteld schriftelijk verslag van het resultaat van het bloedonderzoek op en ondertekent dat verslag.
3. In afwijking van het tweede lid mag het verslag in de Engelse taal zijn gesteld, indien de onderzoeker die het verslag opstelt, verbonden is aan een laboratorium als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder b.
4. Het verslag bevat in ieder geval:
a. de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte met behulp van wiens bloed het onderzoek is verricht,
b. het sporenidentificatienummer van het buisje met bloed met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht,
c. de methode met behulp waarvan het bloedonderzoek is verricht, en
d. het resultaat van het bloedonderzoek.
5. De onderzoeker stuurt het verslag binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan de opdrachtgever van het bloedonderzoek.