BWBR0038774
Geldig vanaf 2016-12-01
Artikel 2
Beleidsregel meeneembare studiefinanciering hoger onderwijs
1. Een student die gebruik heeft gemaakt van de in artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde vrijheid om op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven komt, in afwijking van artikel 2.14, tweede lid, onderdeel c, van de wet, in aanmerking voor studiefinanciering voor een buitenlandse opleiding, indien sprake is van een voldoende mate van integratie van de student met Nederland.
2. Van een voldoende mate van integratie met Nederland is sprake indien aan ten minste één van de volgende criteria is voldaan:
a. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad;
b. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig;
c. de student heeft volledig Nederlands basisonderwijs dan wel volledig Nederlands voortgezet onderwijs gevolgd in Nederland.
3. Van een voldoende mate van integratie met Nederland is in ieder geval ook sprake indien de student voldoende vaardig is met de Nederlandse taal, wat kan worden aangetoond met een NT2-diploma, en aan ten minste één van de volgende criteria voldoet:
a. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad;
b. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig;
c. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad;
d. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig;
e. De student heeft basisonderwijs of voortgezet onderwijs gevolgd in Nederland gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 6 jaren.
2. Van een voldoende mate van integratie met Nederland is sprake indien aan ten minste één van de volgende criteria is voldaan:
a. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad;
b. de student heeft ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig;
c. de student heeft volledig Nederlands basisonderwijs dan wel volledig Nederlands voortgezet onderwijs gevolgd in Nederland.
3. Van een voldoende mate van integratie met Nederland is in ieder geval ook sprake indien de student voldoende vaardig is met de Nederlandse taal, wat kan worden aangetoond met een NT2-diploma, en aan ten minste één van de volgende criteria voldoet:
a. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad;
b. de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig;
c. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf gehad;
d. een ouder of de partner van de student heeft voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding gedurende een periode van ten minste 3 jaren in Nederland gewerkt, anders dan louter marginaal en bijkomstig;
e. De student heeft basisonderwijs of voortgezet onderwijs gevolgd in Nederland gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 6 jaren.