BWBR0038755
Geldig vanaf 2016-11-26
Artikel 3
Instellingsbesluit Monitorcomité AMIF en ISF
1. Het comité bestaat uit de volgende leden:
a. de directeur van de directie Migratiebeleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie;
b. de directeur van de directie Europese en Internationale aangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie namens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de directie Politie en de directie Rechtshandhaving en Rechtspleging.
c. de directeur van de directie Samenleving en Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. een vertegenwoordiger van de directie Financiële en Economische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en
e. een vertegenwoordiger van de Auditdienst Rijk.
2. Op eigen initiatief of op verzoek van het comité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het comité.
3. De leden, genoemd in het eerste lid, onder d en e, nemen met raadgevende stem zitting in het comité.
4. Het voorzitterschap van het comité rouleert jaarlijks tussen de directeuren, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c.
5. De leden van het comité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
6. Aan de bijeenkomsten van het comité nemen een vertegenwoordiger van de gedelegeerde instantie en een vertegenwoordiger van de verantwoordelijke instantie deel.
a. de directeur van de directie Migratiebeleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie;
b. de directeur van de directie Europese en Internationale aangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie namens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de directie Politie en de directie Rechtshandhaving en Rechtspleging.
c. de directeur van de directie Samenleving en Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. een vertegenwoordiger van de directie Financiële en Economische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en
e. een vertegenwoordiger van de Auditdienst Rijk.
2. Op eigen initiatief of op verzoek van het comité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het comité.
3. De leden, genoemd in het eerste lid, onder d en e, nemen met raadgevende stem zitting in het comité.
4. Het voorzitterschap van het comité rouleert jaarlijks tussen de directeuren, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c.
5. De leden van het comité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
6. Aan de bijeenkomsten van het comité nemen een vertegenwoordiger van de gedelegeerde instantie en een vertegenwoordiger van de verantwoordelijke instantie deel.