BWBR0038742
Geldig vanaf 2016-11-23
Artikel 4
Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA
1. De medewerker, bedoeld in artikel 2, die in minimaal twee van de kalenderjaren 2009, 2010 of 2011 minimaal vier weken per kalenderjaar dienst heeft verricht aan boord van een controleschip, heeft aanspraak op een aflopende toelage.
2. De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een percentage van het positieve verschil tussen de aanspraak van de medewerker op verlof op grond van de oude regeling en de aanspraak op verlof op grond van artikel 3per reis aan boord van een controleschip, vermenigvuldigd met het voor de medewerker geldende salaris per uur, bedoeld in artikel 2, onder b, BBRA ’84. De aflopende toelage wordt jaarlijks berekend en uitgekeerd, overeenkomstig bijlage 2.
3. Het percentage, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
a. gedurende het eerste, tweede, derde en vierde jaar: 100%;
b. het vijfde en zesde jaar: 90%;
c. het zevende, achtste, negende en tiende jaar: 80%.
2. De aflopende toelage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een percentage van het positieve verschil tussen de aanspraak van de medewerker op verlof op grond van de oude regeling en de aanspraak op verlof op grond van artikel 3per reis aan boord van een controleschip, vermenigvuldigd met het voor de medewerker geldende salaris per uur, bedoeld in artikel 2, onder b, BBRA ’84. De aflopende toelage wordt jaarlijks berekend en uitgekeerd, overeenkomstig bijlage 2.
3. Het percentage, bedoeld in het tweede lid, bedraagt:
a. gedurende het eerste, tweede, derde en vierde jaar: 100%;
b. het vijfde en zesde jaar: 90%;
c. het zevende, achtste, negende en tiende jaar: 80%.