BWBR0038720
Geldig vanaf 2016-11-18
Artikel 6
Besluit instelling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Milieu
1. De commissie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar elke bij haar ingediende klacht en het uitbrengen van een rapport van bevindingen, vergezeld van een advies en eventuele aanbevelingen, aan de secretaris-generaal, die de klacht schriftelijk afdoet. Deze taak heeft mede betrekking op klachten over gedragingen die gerelateerd zijn aan de ongewenste omgangsvormen waarop de ingediende klacht betrekking heeft.
2. Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
3. Als tijdens het onderzoek naar de klacht zowel de klager als de aangeklaagde bereid blijken tot bemiddeling of mediation schort de commissie de behandeling van de klacht op.
4. Als de commissie tijdens het onderzoek naar de klacht feiten of omstandigheden constateert of vermoedt die voor de minister of het ministerie politieke gevolgen of imagoschade met zich mee zouden kunnen brengen, licht zij terstond de secretaris-generaal in.
2. Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
3. Als tijdens het onderzoek naar de klacht zowel de klager als de aangeklaagde bereid blijken tot bemiddeling of mediation schort de commissie de behandeling van de klacht op.
4. Als de commissie tijdens het onderzoek naar de klacht feiten of omstandigheden constateert of vermoedt die voor de minister of het ministerie politieke gevolgen of imagoschade met zich mee zouden kunnen brengen, licht zij terstond de secretaris-generaal in.