BWBR0038677
Geldig vanaf 2016-10-18
Artikel 2
Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verdeling opbrengsten octrooibestel
1. Opbrengsten in de zin van deze onderlinge regeling zijn de door Octrooicentrum Nederland op grond van artikel 61 van de wetontvangen instandhoudingstaksen, verminderd met de afdracht van instandhoudingstaksen aan het Europees Octrooibureau op grond van artikel 39 van het Europees Octrooiverdrag.
2. Opbrengsten in de zin van deze onderlinge regeling zijn tevens de aan het Koninkrijk toevallende opbrengsten conform artikel 13 van de Verordening 1257/2012.
3. De opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, worden vanaf 1 juni 2023 verdeeld tussen Nederland, Curaçao en Sint Maarten.
2. Opbrengsten in de zin van deze onderlinge regeling zijn tevens de aan het Koninkrijk toevallende opbrengsten conform artikel 13 van de Verordening 1257/2012.
3. De opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, worden vanaf 1 juni 2023 verdeeld tussen Nederland, Curaçao en Sint Maarten.