BWBR0038675
Geldig vanaf 02-11-2016
Artikel 5
Regeling bijzondere uitkering versterking openbaar bestuur BES
1. De minister besluit binnen drie maanden op een aanvraag, maar op een aanvraag die voor 1 november van enig jaar is ingediend, op uiterlijk 31 december van het desbetreffende jaar.
2. De minister besluit uitsluitend tot verlening van een bijzondere uitkering versterking openbaar bestuur indien:
a. de activiteiten voldoende bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 2;
b. het naar het oordeel van de minister aannemelijk is dat de activiteiten uiterlijk op 31 december 2019 kunnen zijn uitgevoerd;
c. de activiteiten doelmatig en doeltreffend zijn;
d. de activiteiten redelijkerwijs uitvoerbaar zijn gezien de middelen en de kosten die in het activiteitenplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn begroot; en
e. het in artikel 3, eerste lid, genoemde beschikbare bedrag voor het desbetreffende jaar niet wordt overschreden als gevolg van het verlenen van de uitkering.
2. De minister besluit uitsluitend tot verlening van een bijzondere uitkering versterking openbaar bestuur indien:
a. de activiteiten voldoende bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 2;
b. het naar het oordeel van de minister aannemelijk is dat de activiteiten uiterlijk op 31 december 2019 kunnen zijn uitgevoerd;
c. de activiteiten doelmatig en doeltreffend zijn;
d. de activiteiten redelijkerwijs uitvoerbaar zijn gezien de middelen en de kosten die in het activiteitenplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn begroot; en
e. het in artikel 3, eerste lid, genoemde beschikbare bedrag voor het desbetreffende jaar niet wordt overschreden als gevolg van het verlenen van de uitkering.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038675
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl