BWBR0038616
Geldig vanaf 2016-12-01
Artikel 3
Besluit digitale stukken Strafvordering
1. De elektronische voorziening voldoet aan de volgende eisen:
a. de gebruiker van de voorziening wordt geïdentificeerd;
b. na te gaan is wie de verzender is van het stuk;
c. na te gaan is of het stuk is gewijzigd na het moment van verzending;
d. na te gaan is op welk tijdstip het stuk is ontvangen respectievelijk ter beschikking is gesteld in de elektronische voorziening;
e. na te gaan is op welk moment zich in de voorziening een storing voordoet of zich heeft voorgedaan, en
f. het stuk in de voorziening is uitsluitend toegankelijk voor een gebruiker die daarvoor is geautoriseerd.
2. De inrichting van de elektronische voorziening voldoet aan de nationale en internationale standaarden voor informatiebeveiliging en is in staat langs elektronische weg de gegevens, bedoeld in artikel 36i van de wet, vast te leggen. Bij ministeriële regeling kan nader worden bepaald aan welke standaarden de elektronische voorziening voldoet.
a. de gebruiker van de voorziening wordt geïdentificeerd;
b. na te gaan is wie de verzender is van het stuk;
c. na te gaan is of het stuk is gewijzigd na het moment van verzending;
d. na te gaan is op welk tijdstip het stuk is ontvangen respectievelijk ter beschikking is gesteld in de elektronische voorziening;
e. na te gaan is op welk moment zich in de voorziening een storing voordoet of zich heeft voorgedaan, en
f. het stuk in de voorziening is uitsluitend toegankelijk voor een gebruiker die daarvoor is geautoriseerd.
2. De inrichting van de elektronische voorziening voldoet aan de nationale en internationale standaarden voor informatiebeveiliging en is in staat langs elektronische weg de gegevens, bedoeld in artikel 36i van de wet, vast te leggen. Bij ministeriële regeling kan nader worden bepaald aan welke standaarden de elektronische voorziening voldoet.