BWBR0038603
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 3
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging inspecteur-generaal der mijnen 2016
1. Aan de directeuren wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van extern gerichte brieven en andere stukken, niet zijnde besluiten, en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen op hun werkterrein.
2. Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van operationele kosten op hun werkterrein tot en met een bedrag van € 10.000 per verplichting.
3. Aan de directeuren wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties tot en met een bedrag van € 10.000 per verplichting.
4. Aan de directeur Engineering en Netbeheer wordt tevens ondermandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de artikelen 97, eerste lid, 99, derde en vierde lid, 101, eerste lid, 104, tweede en derde lid van het Mijnbouwbesluiten hoofdstuk 9 van de Mijnbouwregeling.
5. Aan de directeur Ondergrond en Boren wordt tevens ondermandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot hoofdstuk 8 van de Mijnbouwregeling.
6. Aan de directeur Bestuurszaken wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van opleidingen, tijdelijk personeel, huisvesting en bureaukosten, waaronder begrepen documentatie, literatuur, hardware, software en telefonie, tot en met een bedrag van € 10.000 per verplichting.
2. Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van operationele kosten op hun werkterrein tot en met een bedrag van € 10.000 per verplichting.
3. Aan de directeuren wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties tot en met een bedrag van € 10.000 per verplichting.
4. Aan de directeur Engineering en Netbeheer wordt tevens ondermandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de artikelen 97, eerste lid, 99, derde en vierde lid, 101, eerste lid, 104, tweede en derde lid van het Mijnbouwbesluiten hoofdstuk 9 van de Mijnbouwregeling.
5. Aan de directeur Ondergrond en Boren wordt tevens ondermandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot hoofdstuk 8 van de Mijnbouwregeling.
6. Aan de directeur Bestuurszaken wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van opleidingen, tijdelijk personeel, huisvesting en bureaukosten, waaronder begrepen documentatie, literatuur, hardware, software en telefonie, tot en met een bedrag van € 10.000 per verplichting.