BWBR0038601
Geldig vanaf 2016-10-13
Artikel 2
Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017
1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 83.612,80 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 99.792,55 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 98.727,35 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 95.900,36 voor schoolsoortgroep 4.
2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 76.779,94 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 87.078,90 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 82.824,78 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 78.822,90 voor schoolsoortgroep 4.
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 46.109,84, ongeacht de schoolsoortgroep.
4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wetbedraagt per 1 januari 2016 € 4.111,35 per leerling.
5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wetwordt per 1 januari 2016 vastgesteld op € 80.
a. € 83.612,80 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 99.792,55 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 98.727,35 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 95.900,36 voor schoolsoortgroep 4.
2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 76.779,94 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 87.078,90 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 82.824,78 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 78.822,90 voor schoolsoortgroep 4.
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 46.109,84, ongeacht de schoolsoortgroep.
4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wetbedraagt per 1 januari 2016 € 4.111,35 per leerling.
5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wetwordt per 1 januari 2016 vastgesteld op € 80.