BWBR0038591
Geldig vanaf 2016-10-08
Artikel 2
Vrijstellingsregeling bevissing Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften
1. Van de verboden, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van het Besluit uitvoering Europese exotenverordening, voor zover het betreft de handelingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen b, d, e en f, van verordening (EU) nr. 1143/2014, wordt vrijstelling verleend als beheersmaatregel als bedoeld in artikel 19 van verordening (EU) nr. 1143/2014 voor handelingen met dieren van de volgende soorten:
a. de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis);
b. de Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus Limosus);
c. de Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis);
d. de Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus);
e. de Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus Clarkia), en
f. de Marmerkreeft (Procambarus fallax forma virginalis).
2. De vrijstelling wordt slechts verleend voor:
a. bevissing van de dieren in Nederlandse binnenwateren en kustwateren, de opslag, de handel, het transport, het houden, het gebruik of de vernietiging van de opgeviste dieren, en alle onmiddellijk daarmee samenhangende handelingen, en
b. handelingen als bedoeld in onderdeel a ten aanzien van dieren die als beheersmaatregel zijn opgevist en in de handel zijn gebracht in andere lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig de in die lidstaten geldende wetgeving.
3. Aan de vrijstelling zijn de in artikel 3opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.
a. de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis);
b. de Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus Limosus);
c. de Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis);
d. de Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus);
e. de Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus Clarkia), en
f. de Marmerkreeft (Procambarus fallax forma virginalis).
2. De vrijstelling wordt slechts verleend voor:
a. bevissing van de dieren in Nederlandse binnenwateren en kustwateren, de opslag, de handel, het transport, het houden, het gebruik of de vernietiging van de opgeviste dieren, en alle onmiddellijk daarmee samenhangende handelingen, en
b. handelingen als bedoeld in onderdeel a ten aanzien van dieren die als beheersmaatregel zijn opgevist en in de handel zijn gebracht in andere lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig de in die lidstaten geldende wetgeving.
3. Aan de vrijstelling zijn de in artikel 3opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.