BWBR0038562
Geldig vanaf 2016-10-01
Artikel 7
Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo
1. De aanspraak op de aanvullende bekostiging voor een instelling wordt per kalenderjaar vastgesteld aan de hand van de verhouding van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per studiejaar per soort beroepsopleiding ten opzichte van het aantal deelnemers tot 22 jaar binnen die soort beroepsopleiding van de instelling.
2. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt bepaald met de formule, opgenomen in bijlage A.
3. Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bronen artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3a. Het aantal deelnemers tot 22 jaar wordt bepaald aan de hand van de populatie A – B volgens de formule, bedoeld in bijlage A.
4. Bij de berekeningen, bedoeld in dit artikel, wordt uitgegaan van het aantal deelnemers tot 22 jaar, bepaald op grond van lid 3a, op de volgende teldata:
a. voor het kalenderjaar 2018: op 1 oktober 2016; en
b. voor het kalenderjaar 2019: op 1 oktober 2017.
5. De uitkomst van de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.
6. De instelling komt in aanmerking voor een aanvullende bekostiging voor de betreffende soort beroepsopleiding indien het percentage, bedoeld in het vijfde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm voor die soort beroepsopleiding genoemd in tabel 1.
7. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt bepaald aan de hand van het aantal deelnemers tot 22 jaar per soort beroepsopleiding, genoemd in tabel 2.
[tabel]
[tabel]
[tabel]
8. Indien door aanspraken van instellingen op een aanvullende bekostiging op grond van dit artikel het bekostigingsplafond als bedoeld in artikel 3, wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging naar evenredigheid per soort beroepsopleiding verlaagd.
2. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt bepaald met de formule, opgenomen in bijlage A.
3. Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bronen artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3a. Het aantal deelnemers tot 22 jaar wordt bepaald aan de hand van de populatie A – B volgens de formule, bedoeld in bijlage A.
4. Bij de berekeningen, bedoeld in dit artikel, wordt uitgegaan van het aantal deelnemers tot 22 jaar, bepaald op grond van lid 3a, op de volgende teldata:
a. voor het kalenderjaar 2018: op 1 oktober 2016; en
b. voor het kalenderjaar 2019: op 1 oktober 2017.
5. De uitkomst van de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.
6. De instelling komt in aanmerking voor een aanvullende bekostiging voor de betreffende soort beroepsopleiding indien het percentage, bedoeld in het vijfde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm voor die soort beroepsopleiding genoemd in tabel 1.
7. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt bepaald aan de hand van het aantal deelnemers tot 22 jaar per soort beroepsopleiding, genoemd in tabel 2.
[tabel]
[tabel]
[tabel]
8. Indien door aanspraken van instellingen op een aanvullende bekostiging op grond van dit artikel het bekostigingsplafond als bedoeld in artikel 3, wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging naar evenredigheid per soort beroepsopleiding verlaagd.