BWBR0038547
Geldig vanaf 2016-09-30
Artikel 4
Organisatiebesluit BZK 2016
1. De Algemene Leiding bestaat uit de secretaris-generaal.
2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het ministerie. Tot deze taak behoort in ieder geval:
a. het informeren en adviseren van de Minister over aangelegenheden, de Minister of het ministerie betreffende;
b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het ministerie;
c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het ministerie;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de directeuren-generaal en de directeuren van het SG-Cluster;
e. het voorzitterschap van de Bestuursraad;
f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het ministerie;
g. het aansturen van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN);
h. het beheersmatig aansturen van de kabinetten van de gouverneur en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
i. het ter beschikking stellen van mensen en middelen aan het College Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten, het College Financieel Toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het College Aruba Financieel Toezicht;
j. het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad en de Ondernemingsraad BZK Kerndepartement, als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden, en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
k. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken;
l. het plegen van inhoudelijke afstemming met het gemeenschappelijke secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen (sRob/Rfv);
m. het toezicht op het beheer van de Kiesraad (KR);
n. het eigenaarschap van alle tot het ministerie behorende agentschappen;
o. het geven van uitvoering aan de Regeling audit committees van het Rijk;
p. het verlenen of weigeren van goedkeuring van besluiten tot uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving.
3. De secretaris-generaal is niet belast met de inhoudelijke leiding van het in artikel 2, eerste lid, onder i, genoemde organisatieonderdeel.
2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het ministerie. Tot deze taak behoort in ieder geval:
a. het informeren en adviseren van de Minister over aangelegenheden, de Minister of het ministerie betreffende;
b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het ministerie;
c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het ministerie;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de directeuren-generaal en de directeuren van het SG-Cluster;
e. het voorzitterschap van de Bestuursraad;
f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het ministerie;
g. het aansturen van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN);
h. het beheersmatig aansturen van de kabinetten van de gouverneur en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
i. het ter beschikking stellen van mensen en middelen aan het College Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten, het College Financieel Toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het College Aruba Financieel Toezicht;
j. het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad en de Ondernemingsraad BZK Kerndepartement, als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden, en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
k. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken;
l. het plegen van inhoudelijke afstemming met het gemeenschappelijke secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen (sRob/Rfv);
m. het toezicht op het beheer van de Kiesraad (KR);
n. het eigenaarschap van alle tot het ministerie behorende agentschappen;
o. het geven van uitvoering aan de Regeling audit committees van het Rijk;
p. het verlenen of weigeren van goedkeuring van besluiten tot uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving.
3. De secretaris-generaal is niet belast met de inhoudelijke leiding van het in artikel 2, eerste lid, onder i, genoemde organisatieonderdeel.