BWBR0038511
Geldig vanaf 2016-09-13
Artikel 13
Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31
1. Indien de minister ten aanzien van de vergunning kavel B27 vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag op grond van de artikelen 5, 11of 12is afgewezen, de aanvraag op grond van artikel 7buiten behandeling is gesteld, of de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wetis geweigerd, slechts één aanvraag, die voldoet aan de in paragraaf 3van deze regeling gestelde eisen en die is ingediend door een aanvrager die voldoet aan die eisen, betrekking heeft op de vergunning kavel B27, vindt geen veiling van de vergunning kavel B27 plaats en wordt die vergunning aan de betreffende aanvrager verleend.
2. De minister stelt de noodzaak van veilen van de vergunning kavel B31 vast na verdeling van de vergunning kavel B27. In afwijking hiervan kan de minister de noodzaak van veilen van de vergunning kavel B31 eerder vaststellen in geval de uitkomst van de verdeling van vergunning kavel B27 voor die vaststelling niet relevant is of in geval na toepassing van deze regeling de vergunning voor kavel B27 onverdeeld blijft. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
2. De minister stelt de noodzaak van veilen van de vergunning kavel B31 vast na verdeling van de vergunning kavel B27. In afwijking hiervan kan de minister de noodzaak van veilen van de vergunning kavel B31 eerder vaststellen in geval de uitkomst van de verdeling van vergunning kavel B27 voor die vaststelling niet relevant is of in geval na toepassing van deze regeling de vergunning voor kavel B27 onverdeeld blijft. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.