BWBR0038509
Geldig vanaf 2016-09-16
Artikel 2
Instellingsregeling Commissie evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand
1. Er is een Commissie evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het op onafhankelijke wijze evalueren van de puntentoekenningen in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
b. Te adviseren omtrent het weghalen van huidige negatieve prikkels, dan wel het toevoegen van positieve prikkels in de puntenaantallen teneinde de doelmatigheid van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand verder te bevorderen.
c. Op basis van de onder a. en b. verkregen gegevens een voorstel te doen hoe de punten binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand toegekend kunnen worden zonder verhoging van de uitgaven.
3. In aanvulling op de taakomschrijving zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, is het referentiekader van de commissie:
a. De taak ziet niet op de hoogte van de vergoedingen per punt aan rechtsbijstandsverleners. Evenmin ziet de opdracht op vergoedingen aan eerstelijnsrechtsbijstandsverleners.1Zie de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel; Kamerstukken II 2015/16, 31 753, nr. 118.
b. De voorstellen moeten integraal passen in het kader zoals neergelegd in de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel.
c. De voorstellen moeten gebaseerd zijn op een actuele doelmatige praktijkvoering door advocaten(kantoren).
d. De puntenaantallen moeten in hun onderlinge verband evenwichtig zijn.
e. De voorstellen moeten een efficiënte, eenvoudige en rechtmatige werkwijze door zowel de raad voor rechtsbijstand als de advocatuur bevorderen en eenvoudig toepasbaar zijn.
f. De commissie houdt zo veel mogelijk rekening met toekomstige (technologische, juridische, maatschappelijke) ontwikkelingen die de gemiddelde tijdsbesteding zullen beïnvloeden.
g. Waar het de uitgaven aan rechtsbijstand in de eerste fase van het strafproces betreft, betrekt de commissie de aanstaande reactie van de Minister van Veiligheid en Justitie op de uitkomst van de monitor van de gemiddelde verhoorduur en het aantal verhoren.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het op onafhankelijke wijze evalueren van de puntentoekenningen in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.
b. Te adviseren omtrent het weghalen van huidige negatieve prikkels, dan wel het toevoegen van positieve prikkels in de puntenaantallen teneinde de doelmatigheid van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand verder te bevorderen.
c. Op basis van de onder a. en b. verkregen gegevens een voorstel te doen hoe de punten binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand toegekend kunnen worden zonder verhoging van de uitgaven.
3. In aanvulling op de taakomschrijving zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, is het referentiekader van de commissie:
a. De taak ziet niet op de hoogte van de vergoedingen per punt aan rechtsbijstandsverleners. Evenmin ziet de opdracht op vergoedingen aan eerstelijnsrechtsbijstandsverleners.1Zie de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel; Kamerstukken II 2015/16, 31 753, nr. 118.
b. De voorstellen moeten integraal passen in het kader zoals neergelegd in de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel.
c. De voorstellen moeten gebaseerd zijn op een actuele doelmatige praktijkvoering door advocaten(kantoren).
d. De puntenaantallen moeten in hun onderlinge verband evenwichtig zijn.
e. De voorstellen moeten een efficiënte, eenvoudige en rechtmatige werkwijze door zowel de raad voor rechtsbijstand als de advocatuur bevorderen en eenvoudig toepasbaar zijn.
f. De commissie houdt zo veel mogelijk rekening met toekomstige (technologische, juridische, maatschappelijke) ontwikkelingen die de gemiddelde tijdsbesteding zullen beïnvloeden.
g. Waar het de uitgaven aan rechtsbijstand in de eerste fase van het strafproces betreft, betrekt de commissie de aanstaande reactie van de Minister van Veiligheid en Justitie op de uitkomst van de monitor van de gemiddelde verhoorduur en het aantal verhoren.