BWBR0038487
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 3
Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. add-on: een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een dbc-zorgproduct.
b. Diagnose Behandeling Combinatie (DBC): een declarabele prestatie, die het resultaat is van (een deel van) het totale zorgtraject van de diagnose die de zorgaanbieder stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt.
c. DBC informatiesysteem (DIS): digitale databank die informatie ontvangt en beheert over DBC-zorgproducten en overige zorgproducten, waaronder de informatie die op grond van deze regeling moet worden aangeleverd.
d. DBC-zorgproduct: een declarabele prestatie die via beslisbomen is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten. Een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.
e. declaratiedataset: de verzameling gegevens die nodig is om de geleverde zorg af te leiden in de grouper.
f. hoofddiagnose ICD-10: ziekte of aandoening die aan het einde van een subtraject hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek.
g. ICD-10: de tiende editie van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10). De ICD-10 is het internationaal gestandaardiseerde classificatiesysteem van diagnosen waarmee de zorgaanbieder alle ziektebeelden en diagnosen van patiënten eenduidig kan registreren.
h. indicatie: een in de CIBG add-on databank opgenomen indicatie waarvoor een add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor is verstrekt aan de patiënt.
i. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.2, aanhef en onder: – 1 (instelling voor medisch specialistische zorg)1In het kader van deze regeling worden hieronder verstaan: (algemene en categorale) ziekenhuizen, universitaire medische centra, zelfstandige behandelcentra, epilepsie instellingen, instellingen voor revalidatie, radiotherapeutische centra, longrevalidatie-instellingen, dialysecentra en (huisartsen)laboratoria.;
– 2 (audiologische centra);
– 13 (instelling voor erfelijkheidsadvisering);
– 18 (instellingen voor verpleging), voor zover zij geriatrische revalidatiezorg leveren, van het Uitvoeringsbesluit WTZi.
– 1 (instelling voor medisch specialistische zorg)1In het kader van deze regeling worden hieronder verstaan: (algemene en categorale) ziekenhuizen, universitaire medische centra, zelfstandige behandelcentra, epilepsie instellingen, instellingen voor revalidatie, radiotherapeutische centra, longrevalidatie-instellingen, dialysecentra en (huisartsen)laboratoria.;
– 2 (audiologische centra);
– 13 (instelling voor erfelijkheidsadvisering);
– 18 (instellingen voor verpleging), voor zover zij geriatrische revalidatiezorg leveren,
j. integraal tarief: tarief waarin alle vergoedingen zijn opgenomen voor kosten die een zorgverlener in rekening mag brengen in verband met het leveren van een prestatie.
k. Minimale Dataset (MDS): de in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens.
l. module medisch specialistische revalidatie: geheel van op elkaar afgestemde activiteiten van een of meerdere behandeldisciplines gericht op een specifiek behandeldoel.
m. onderlinge dienstverlening: het leveren van zorg als (onderdeel van een) DBC-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar.
n. overig zorgproduct (ozp): een prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een DBC-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën; supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.
o. solist: solistisch werkende zorgaanbieder die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een andere zorgaanbieder, zelfstandig beroepsmatig medisch specialistische zorg verleent.
p. Z-Index-nummer: het Z-Index-nummer is het unieke, identificerende nummer van de artikelverpakking van het geneesmiddel dat wordt afgeleverd. Het Z-index-nummer beschrijft het product zoals de fabrikant het in de handel brengt, inclusief logistieke gegevens zoals verpakkingsgrootte, prijs, RVG-nummer en barcode.
q. zorgaanbieder: natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg.
r. zorgproduct: een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten.
s. zorgverlener: instelling of solist.
a. add-on: een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een dbc-zorgproduct.
b. Diagnose Behandeling Combinatie (DBC): een declarabele prestatie, die het resultaat is van (een deel van) het totale zorgtraject van de diagnose die de zorgaanbieder stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt.
c. DBC informatiesysteem (DIS): digitale databank die informatie ontvangt en beheert over DBC-zorgproducten en overige zorgproducten, waaronder de informatie die op grond van deze regeling moet worden aangeleverd.
d. DBC-zorgproduct: een declarabele prestatie die via beslisbomen is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten. Een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen.
e. declaratiedataset: de verzameling gegevens die nodig is om de geleverde zorg af te leiden in de grouper.
f. hoofddiagnose ICD-10: ziekte of aandoening die aan het einde van een subtraject hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek.
g. ICD-10: de tiende editie van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10). De ICD-10 is het internationaal gestandaardiseerde classificatiesysteem van diagnosen waarmee de zorgaanbieder alle ziektebeelden en diagnosen van patiënten eenduidig kan registreren.
h. indicatie: een in de CIBG add-on databank opgenomen indicatie waarvoor een add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor is verstrekt aan de patiënt.
i. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.2, aanhef en onder: – 1 (instelling voor medisch specialistische zorg)1In het kader van deze regeling worden hieronder verstaan: (algemene en categorale) ziekenhuizen, universitaire medische centra, zelfstandige behandelcentra, epilepsie instellingen, instellingen voor revalidatie, radiotherapeutische centra, longrevalidatie-instellingen, dialysecentra en (huisartsen)laboratoria.;
– 2 (audiologische centra);
– 13 (instelling voor erfelijkheidsadvisering);
– 18 (instellingen voor verpleging), voor zover zij geriatrische revalidatiezorg leveren, van het Uitvoeringsbesluit WTZi.
– 1 (instelling voor medisch specialistische zorg)1In het kader van deze regeling worden hieronder verstaan: (algemene en categorale) ziekenhuizen, universitaire medische centra, zelfstandige behandelcentra, epilepsie instellingen, instellingen voor revalidatie, radiotherapeutische centra, longrevalidatie-instellingen, dialysecentra en (huisartsen)laboratoria.;
– 2 (audiologische centra);
– 13 (instelling voor erfelijkheidsadvisering);
– 18 (instellingen voor verpleging), voor zover zij geriatrische revalidatiezorg leveren,
j. integraal tarief: tarief waarin alle vergoedingen zijn opgenomen voor kosten die een zorgverlener in rekening mag brengen in verband met het leveren van een prestatie.
k. Minimale Dataset (MDS): de in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens.
l. module medisch specialistische revalidatie: geheel van op elkaar afgestemde activiteiten van een of meerdere behandeldisciplines gericht op een specifiek behandeldoel.
m. onderlinge dienstverlening: het leveren van zorg als (onderdeel van een) DBC-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar.
n. overig zorgproduct (ozp): een prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een DBC-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën; supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.
o. solist: solistisch werkende zorgaanbieder die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een andere zorgaanbieder, zelfstandig beroepsmatig medisch specialistische zorg verleent.
p. Z-Index-nummer: het Z-Index-nummer is het unieke, identificerende nummer van de artikelverpakking van het geneesmiddel dat wordt afgeleverd. Het Z-index-nummer beschrijft het product zoals de fabrikant het in de handel brengt, inclusief logistieke gegevens zoals verpakkingsgrootte, prijs, RVG-nummer en barcode.
q. zorgaanbieder: natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg.
r. zorgproduct: een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten.
s. zorgverlener: instelling of solist.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038487
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl