BWBR0038481
Geldig vanaf 2016-09-06
Artikel 5
Regeling tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasteropleidingen
1. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager ingeschreven te staan voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4:
a. onder a, b, c, d, e of f, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar het examen van de pabo met goed gevolg te hebben afgelegd; of
b. onder a, b, c, d, e of f, het examen van de pabo met goed gevolg te hebben afgelegd en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een deficiëntieopleiding, voorbereidend op de betreffende masteropleiding, met goed gevolg te hebben afgelegd; of
c. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een bacheloropleiding of masteropleiding met goed gevolg te hebben afgelegd; of
d. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een deficiëntieopleiding, voorbereidend op de betreffende masteropleiding, met goed gevolg te hebben afgelegd; of
e. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar op grond van artikel 7.18 van de WHW de graad Doctor verleend te hebben gekregen.
2. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000te behoren.
3. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager die staat ingeschreven voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4, onder a, b, c, d, e of f, in aanvulling op de aanvraag een stage- dan wel onderzoeksovereenkomst met een schoolbestuur voor primair onderwijs in te dienen. De overeenkomst wordt ingediend tijdens de studieduur.
a. onder a, b, c, d, e of f, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar het examen van de pabo met goed gevolg te hebben afgelegd; of
b. onder a, b, c, d, e of f, het examen van de pabo met goed gevolg te hebben afgelegd en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een deficiëntieopleiding, voorbereidend op de betreffende masteropleiding, met goed gevolg te hebben afgelegd; of
c. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een bacheloropleiding of masteropleiding met goed gevolg te hebben afgelegd; of
d. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een deficiëntieopleiding, voorbereidend op de betreffende masteropleiding, met goed gevolg te hebben afgelegd; of
e. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar op grond van artikel 7.18 van de WHW de graad Doctor verleend te hebben gekregen.
2. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000te behoren.
3. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager die staat ingeschreven voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4, onder a, b, c, d, e of f, in aanvulling op de aanvraag een stage- dan wel onderzoeksovereenkomst met een schoolbestuur voor primair onderwijs in te dienen. De overeenkomst wordt ingediend tijdens de studieduur.