BWBR0038382
Geldig vanaf 2016-07-30
Artikel 5
Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2016
Aan het College van procureurs-generaal blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die worden genomen op grond van artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op materiële schade boven een bedrag van € 5000;
b. de bevoegdheid tot het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger van de Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en van salariscategorie 9 en hoger van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen, waaronder aanstelling, bevordering en ontslag van alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger van de Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en hoger;
d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen op grond van artikel 6 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, ten aanzien van rechterlijke ambtenaren ingedeeld in de categorieën 3 tot en met 9 als bedoeld in artikel 7 van die wet;
e. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten ten aanzien van rechterlijke ambtenaren inzake benoeming, plaatsing, schorsing en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover die bevoegdheid niet is toegekend aan de functionele autoriteit in de zin van artikel 1, lid 2 aanhef onder e tot en met h van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
f. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die worden genomen op grond van artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op materiële schade boven een bedrag van € 5000;
b. de bevoegdheid tot het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger van de Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en van salariscategorie 9 en hoger van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen, waaronder aanstelling, bevordering en ontslag van alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger van de Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en hoger;
d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen op grond van artikel 6 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, ten aanzien van rechterlijke ambtenaren ingedeeld in de categorieën 3 tot en met 9 als bedoeld in artikel 7 van die wet;
e. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten ten aanzien van rechterlijke ambtenaren inzake benoeming, plaatsing, schorsing en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover die bevoegdheid niet is toegekend aan de functionele autoriteit in de zin van artikel 1, lid 2 aanhef onder e tot en met h van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
f. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.