BWBR0038221
Geldig vanaf 15-09-2016
Artikel 3
Regeling windenergie op zee 2016
Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt:
a. voor kavel III tenminste 331 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 360 MW.
b. voor kavel IV tenminste 351 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 380 MW.
a. voor kavel III tenminste 331 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 360 MW.
b. voor kavel IV tenminste 351 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 380 MW.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038221
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl