BWBR0038129
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 3
Regeling meldplicht voor gerechtsdeurwaarders en wijze indiening van gegevens aan het Bureau
Als gebeurtenis in de zin van artikel 2van deze regeling worden aangemerkt:
1. Wijzigingen in de gerechtsdeurwaarder-organisatie met gevolgen voor de continuïteit.
2. Langdurige buitengewone omstandigheden die de persoon van de gerechtsdeurwaarder betreffen, waaronder: a. afwezigheid in verband met arbeidsongeschiktheid waardoor de continuïteit gevaar kan lopen;
b. ontstentenis door een andere reden van persoonlijke aard al dan niet buiten de wil van de gerechtsdeurwaarder, waaronder de situatie dat de gerechtsdeurwaarder wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is tot het behoorlijk verrichten van zijn werkzaamheden.
a. afwezigheid in verband met arbeidsongeschiktheid waardoor de continuïteit gevaar kan lopen;
b. ontstentenis door een andere reden van persoonlijke aard al dan niet buiten de wil van de gerechtsdeurwaarder, waaronder de situatie dat de gerechtsdeurwaarder wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is tot het behoorlijk verrichten van zijn werkzaamheden.
3. Risico’s inzake de bewaringspositie. Hieronder valt in ieder geval het bestaan van een negatieve bewaringspositie al dan niet terstond aangevuld.
4. Gebeurtenissen die van nadelige invloed zijn op de solvabiliteit of liquiditeit van de gerechtsdeurwaarder-organisatie dan wel de financiële positie in algemene zin van de gerechtsdeurwaarder privé. En tevens in geval van: a. opzegging van krediet-(faciliteiten) of betalingsregeling door de kredietverstrekker;
b. claims, zowel civiele, strafrechtelijke als fiscale claims/dwangsommen, disputen of geschillen van grote financiële omvang of met een impact die de stabiliteit van het kantoor mogelijk kan schaden;
c. betalingsachterstand van meer dan zes maanden na de opeisbaarheid van een vordering.
a. opzegging van krediet-(faciliteiten) of betalingsregeling door de kredietverstrekker;
b. claims, zowel civiele, strafrechtelijke als fiscale claims/dwangsommen, disputen of geschillen van grote financiële omvang of met een impact die de stabiliteit van het kantoor mogelijk kan schaden;
c. betalingsachterstand van meer dan zes maanden na de opeisbaarheid van een vordering.
5. Overige gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de financiële positie van de gerechtsdeurwaarder-organisatie of de gerechtsdeurwaarder privé: a. omzetafhankelijkheid van één (on)middellijke opdrachtgever, dat wil zeggen dat 30% of meer van de omzet door één (on)middellijke opdrachtgever wordt gegenereerd;
b. een aangifte van een strafbaar feit tegen een gerechtsdeurwaarder die verband houdt met zijn ambtsuitoefening;
c. aanwijzingen of vermoedens van fraude of malversaties met betrokkenheid van een (of meer) personen werkzaam binnen de gerechtsdeurwaarder-organisatie.
a. omzetafhankelijkheid van één (on)middellijke opdrachtgever, dat wil zeggen dat 30% of meer van de omzet door één (on)middellijke opdrachtgever wordt gegenereerd;
b. een aangifte van een strafbaar feit tegen een gerechtsdeurwaarder die verband houdt met zijn ambtsuitoefening;
c. aanwijzingen of vermoedens van fraude of malversaties met betrokkenheid van een (of meer) personen werkzaam binnen de gerechtsdeurwaarder-organisatie.
1. Wijzigingen in de gerechtsdeurwaarder-organisatie met gevolgen voor de continuïteit.
2. Langdurige buitengewone omstandigheden die de persoon van de gerechtsdeurwaarder betreffen, waaronder: a. afwezigheid in verband met arbeidsongeschiktheid waardoor de continuïteit gevaar kan lopen;
b. ontstentenis door een andere reden van persoonlijke aard al dan niet buiten de wil van de gerechtsdeurwaarder, waaronder de situatie dat de gerechtsdeurwaarder wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is tot het behoorlijk verrichten van zijn werkzaamheden.
a. afwezigheid in verband met arbeidsongeschiktheid waardoor de continuïteit gevaar kan lopen;
b. ontstentenis door een andere reden van persoonlijke aard al dan niet buiten de wil van de gerechtsdeurwaarder, waaronder de situatie dat de gerechtsdeurwaarder wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is tot het behoorlijk verrichten van zijn werkzaamheden.
3. Risico’s inzake de bewaringspositie. Hieronder valt in ieder geval het bestaan van een negatieve bewaringspositie al dan niet terstond aangevuld.
4. Gebeurtenissen die van nadelige invloed zijn op de solvabiliteit of liquiditeit van de gerechtsdeurwaarder-organisatie dan wel de financiële positie in algemene zin van de gerechtsdeurwaarder privé. En tevens in geval van: a. opzegging van krediet-(faciliteiten) of betalingsregeling door de kredietverstrekker;
b. claims, zowel civiele, strafrechtelijke als fiscale claims/dwangsommen, disputen of geschillen van grote financiële omvang of met een impact die de stabiliteit van het kantoor mogelijk kan schaden;
c. betalingsachterstand van meer dan zes maanden na de opeisbaarheid van een vordering.
a. opzegging van krediet-(faciliteiten) of betalingsregeling door de kredietverstrekker;
b. claims, zowel civiele, strafrechtelijke als fiscale claims/dwangsommen, disputen of geschillen van grote financiële omvang of met een impact die de stabiliteit van het kantoor mogelijk kan schaden;
c. betalingsachterstand van meer dan zes maanden na de opeisbaarheid van een vordering.
5. Overige gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de financiële positie van de gerechtsdeurwaarder-organisatie of de gerechtsdeurwaarder privé: a. omzetafhankelijkheid van één (on)middellijke opdrachtgever, dat wil zeggen dat 30% of meer van de omzet door één (on)middellijke opdrachtgever wordt gegenereerd;
b. een aangifte van een strafbaar feit tegen een gerechtsdeurwaarder die verband houdt met zijn ambtsuitoefening;
c. aanwijzingen of vermoedens van fraude of malversaties met betrokkenheid van een (of meer) personen werkzaam binnen de gerechtsdeurwaarder-organisatie.
a. omzetafhankelijkheid van één (on)middellijke opdrachtgever, dat wil zeggen dat 30% of meer van de omzet door één (on)middellijke opdrachtgever wordt gegenereerd;
b. een aangifte van een strafbaar feit tegen een gerechtsdeurwaarder die verband houdt met zijn ambtsuitoefening;
c. aanwijzingen of vermoedens van fraude of malversaties met betrokkenheid van een (of meer) personen werkzaam binnen de gerechtsdeurwaarder-organisatie.