BWBR0038104
Geldig vanaf 23-06-2016
Artikel 10
Bestuursreglement werkwijze College sanering zorginstellingen
1. Er is een commissie die het College in voorkomende gevallen adviseert omtrent de beslissing op bezwaarschriften die worden ingediend tegen besluiten van dat College.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter, niet zijnde de voorzitter van het College en ten minste twee leden, van wie één tot plaatsvervangend voorzitter wordt benoemd.
3. De voorzitter en het lid worden door het College voor een periode van ten hoogste vier jaar benoemd. Zij kunnen worden herbenoemd. Zij kunnen te allen tijde ontslag nemen. In geval van opvolging treedt de opvolger gelijktijdig af met de overige leden.
4. Het College kan, op voordracht van de voorzitter van de commissie, dan wel bij diens ontstentenis, de plaatsvervangend voorzitter, ten behoeve van de advisering omtrent de afdoening van een bezwaarschrift, ook ad hoc één of meer adviseurs benoemen.
5. De voorzitter en het lid zijn niet werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van het College.
6. De voorzitter en het lid ontvangen een vacatiegeld, alsmede een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.
7. De commissie laat zich bijstaan door de directeur of door een beleidsmedewerker die hiertoe tot secretaris van de commissie wordt benoemd.
8. Van het horen wordt door de secretaris een verslag gemaakt, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de voorzitter en het lid van de commissie.
9. De hoorzitting is niet openbaar.
10. De commissie beraadslaagd en beslist achter gesloten deuren over het aan het College uit te brengen advies. De secretaris neemt deel aan dit overleg, doch heeft geen stemrecht.
11. Het secretariaat bereidt de adviezen van de commissie voor.
12. Het advies wordt door de voorzitter ondertekend en zo spoedig mogelijk aan het College ter hand gesteld.
13. Het verslag van het horen en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden aan het College en belanghebbenden gezonden.
14. Het College neemt op basis van het advies, het hoorzittingverslag en de op de zaak betrekking hebbende stukken een beslissing.
15. Bij eenvoudige zaken kan het College besluiten dat het horen geschiedt door de voorzitter, als bedoeld in artikel 1 onder d.
16. Het besluit omtrent het gestelde in het vorige lid wordt door het College genomen in overleg met de directeur.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter, niet zijnde de voorzitter van het College en ten minste twee leden, van wie één tot plaatsvervangend voorzitter wordt benoemd.
3. De voorzitter en het lid worden door het College voor een periode van ten hoogste vier jaar benoemd. Zij kunnen worden herbenoemd. Zij kunnen te allen tijde ontslag nemen. In geval van opvolging treedt de opvolger gelijktijdig af met de overige leden.
4. Het College kan, op voordracht van de voorzitter van de commissie, dan wel bij diens ontstentenis, de plaatsvervangend voorzitter, ten behoeve van de advisering omtrent de afdoening van een bezwaarschrift, ook ad hoc één of meer adviseurs benoemen.
5. De voorzitter en het lid zijn niet werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van het College.
6. De voorzitter en het lid ontvangen een vacatiegeld, alsmede een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.
7. De commissie laat zich bijstaan door de directeur of door een beleidsmedewerker die hiertoe tot secretaris van de commissie wordt benoemd.
8. Van het horen wordt door de secretaris een verslag gemaakt, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de voorzitter en het lid van de commissie.
9. De hoorzitting is niet openbaar.
10. De commissie beraadslaagd en beslist achter gesloten deuren over het aan het College uit te brengen advies. De secretaris neemt deel aan dit overleg, doch heeft geen stemrecht.
11. Het secretariaat bereidt de adviezen van de commissie voor.
12. Het advies wordt door de voorzitter ondertekend en zo spoedig mogelijk aan het College ter hand gesteld.
13. Het verslag van het horen en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden aan het College en belanghebbenden gezonden.
14. Het College neemt op basis van het advies, het hoorzittingverslag en de op de zaak betrekking hebbende stukken een beslissing.
15. Bij eenvoudige zaken kan het College besluiten dat het horen geschiedt door de voorzitter, als bedoeld in artikel 1 onder d.
16. Het besluit omtrent het gestelde in het vorige lid wordt door het College genomen in overleg met de directeur.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038104
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl