BWBR0038073
Geldig vanaf 2016-06-09
Artikel 5
Regeling maatregelen laagpathogene vogelgriep Hiaure 2016
1. Het is verboden gedomesticeerde zoogdieren te vervoeren vanaf of naar een inrichting met commercieel gehouden gevogelte.
2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een paardachtige te vervoeren die zich in een levensbedreigende situatie bevindt, indien:
a. dat dier wordt vervoerd naar een gespecialiseerde dierenkliniek;
b. een verklaring van een dierenarts aanwezig is dat sprake is van een situatie als bedoeld in de aanhef en dat de kliniek instemt met de behandeling, en
c. voorafgaand aan het vervoer de geplande route aan de minister is gemeld.
3. In afwijking van het eerste lid is aanvoer of afvoer van gezelschapsdieren toegestaan, indien die dieren alleen toegang hebben tot voor mensen bestemde leefruimten, waar zij:
a. niet in contact komen met gevogelte;
b. geen toegang hebben tot plaatsen waar gevogelte wordt gehouden.
2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een paardachtige te vervoeren die zich in een levensbedreigende situatie bevindt, indien:
a. dat dier wordt vervoerd naar een gespecialiseerde dierenkliniek;
b. een verklaring van een dierenarts aanwezig is dat sprake is van een situatie als bedoeld in de aanhef en dat de kliniek instemt met de behandeling, en
c. voorafgaand aan het vervoer de geplande route aan de minister is gemeld.
3. In afwijking van het eerste lid is aanvoer of afvoer van gezelschapsdieren toegestaan, indien die dieren alleen toegang hebben tot voor mensen bestemde leefruimten, waar zij:
a. niet in contact komen met gevogelte;
b. geen toegang hebben tot plaatsen waar gevogelte wordt gehouden.