BWBR0037995
Geldig vanaf 2016-06-01
Artikel 13
Wet precursoren voor explosieven
1. Onze Minister, of een krachtens deze wet of bij de Algemene Douanewetaangewezen toezichthouder, ontvangt de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, dan wel andere gegevens of bescheiden ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van deze wet, van:
a. de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, dan wel
b. de commandant van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de goede uitoefening van de politietaak, bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 2012.
2. Andere bestuursorganen zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan Onze Minister, onderscheidenlijk een krachtens deze wet of bij de Algemene Douanewetaangewezen toezichthouder, de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, dan wel andere gegevens of bescheiden te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze wet.
a. de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, dan wel
b. de commandant van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de goede uitoefening van de politietaak, bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 2012.
2. Andere bestuursorganen zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan Onze Minister, onderscheidenlijk een krachtens deze wet of bij de Algemene Douanewetaangewezen toezichthouder, de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, dan wel andere gegevens of bescheiden te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van en het toezicht op de naleving van deze wet.