BWBR0037844
Geldig vanaf 2016-04-21
Artikel 22
Regeling aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)
1. Met toepassing van artikel 20wordt de vergunning verleend aan de deelnemer met het winnende bod. Het door de betreffende deelnemer voor de vergunning verschuldigde bedrag is gelijk aan de van toepassing zijnde rondeprijs die gold in de ronde waarin zijn winnende bod is uitgebracht. De minister deelt alle deelnemers mee aan wie de vergunning wordt verleend.
2. De minister wijst de overige aanvragen af.
3. Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan:
a. stort de minister de waarborgsom van de aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend, terug;
b. stuurt de minister aan de bank van iedere aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de aanvrager.
4. De deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.
5. Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het voor de vergunning verschuldigde bedrag is ontvangen, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer. Indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan de minister de bankgarantie voor de betaling ervan aanwenden.
6. Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:
a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt overeenkomstig het vierde lid, en
b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan.
7. De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 7, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:
a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of
b. waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.
8. De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.
9. De minister stort de rente, bedoeld in het zevende en achtste lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.
2. De minister wijst de overige aanvragen af.
3. Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan:
a. stort de minister de waarborgsom van de aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend, terug;
b. stuurt de minister aan de bank van iedere aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de aanvrager.
4. De deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.
5. Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het voor de vergunning verschuldigde bedrag is ontvangen, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer. Indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan de minister de bankgarantie voor de betaling ervan aanwenden.
6. Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:
a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt overeenkomstig het vierde lid, en
b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan.
7. De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 7, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:
a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of
b. waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.
8. De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.
9. De minister stort de rente, bedoeld in het zevende en achtste lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.