BWBR0037804
Geldig vanaf 2016-04-10
Artikel 5
Beleidsregel wijziging productie-installatie windenergie op zee
Een overeenkomstig artikel 4ingediend verzoek om ontheffing wordt toegewezen indien:
a. de Minister niet afwijzend zou hebben beslist op de subsidieaanvraag indien de desbetreffende wijziging daarin reeds bij indiening verwerkt zou zijn geweest, of
b. een innovatieve productie-installatie: 1°. nog niet in gebruik is, aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet en het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee.
2°. minder dan vijf jaar in gebruik is, en – aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
– aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
3°. vijf jaar of langer in gebruik is en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee conform plan realiseert.
1°. nog niet in gebruik is, aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet en het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee.
2°. minder dan vijf jaar in gebruik is, en – aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
– aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
3°. vijf jaar of langer in gebruik is en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee conform plan realiseert.
a. de Minister niet afwijzend zou hebben beslist op de subsidieaanvraag indien de desbetreffende wijziging daarin reeds bij indiening verwerkt zou zijn geweest, of
b. een innovatieve productie-installatie: 1°. nog niet in gebruik is, aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet en het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee.
2°. minder dan vijf jaar in gebruik is, en – aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
– aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
3°. vijf jaar of langer in gebruik is en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee conform plan realiseert.
1°. nog niet in gebruik is, aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet en het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee.
2°. minder dan vijf jaar in gebruik is, en – aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
– aannemelijk is gemaakt dat het project redelijkerwijs niet kan worden uitgevoerd conform de bij indiening van de aanvraag geschetste opzet, het project na de wijziging nog in voldoende mate voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Regeling innovatieve windenergie op zee, of
– aangetoond kan worden dat er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van de toegepaste innovatieve technieken en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee tenminste conform plan realiseert;
3°. vijf jaar of langer in gebruik is en de subsidie-ontvanger na de wijziging minimaal het geïnstalleerd vermogen van de innovatieve productie-installatie voor windenergie op zee conform plan realiseert.