BWBR0037684
Geldig vanaf 2016-03-05
Artikel 2
Sanctieregeling Libië 2016
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, vierde lid, artikel 3, vierde en zesde lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Buitenlandse Zaken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2 bis, derde, vierde en vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44is de Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft een goederentransactie, een transactie met betrekking tot technische bijstand of een tussenhandeldienst en de Minister van Financiën wat betreft het verlenen van financiering en financiële bijstand.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, en artikel 3, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44is de Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft het verlenen van technische bijstand en de Minister van Financiën wat betreft het verlenen van financiering en financiële bijstand.
3. De bevoegde douaneautoriteit, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onder c, van de Algemene Douanewet.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8, artikel 9, eerste en tweede lid, artikel 10, artikel 11, artikel 11 bis, eerste lid, artikel 13 en artikel 14 van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Financiën wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden en de Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, en artikel 18, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Financiën.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44 is de Minister van Buitenlandse Zaken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Infrastructuur en Milieu.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, en artikel 3, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44is de Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft het verlenen van technische bijstand en de Minister van Financiën wat betreft het verlenen van financiering en financiële bijstand.
3. De bevoegde douaneautoriteit, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onder c, van de Algemene Douanewet.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8, artikel 9, eerste en tweede lid, artikel 10, artikel 11, artikel 11 bis, eerste lid, artikel 13 en artikel 14 van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Financiën wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden en de Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, en artikel 18, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Financiën.
6. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44 is de Minister van Buitenlandse Zaken. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44, is de Minister van Infrastructuur en Milieu.