BWBR0037612
Geldig vanaf 01-03-2016
Artikel 3
Beleidsregel verstrekking van subsidie aan advocaten die rechtsbijstand verlenen aan aangehouden verdachten tijdens het politieverhoor
1. Indien in een piketzaak als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of tweede lid, Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 tijdens één of meer verhoren rechtsbijstand wordt verleend aan aangehouden verdachten is de vergoeding op grond van artikel 23a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van overeenkomstige toepassing op aangehouden meerderjarige verdachten, met dien verstande dat een vergoeding wordt toegekend van:
a. 3 punten, indien er sprake is van een verdenking van: – een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van twaalf jaren of meer;
– een misdrijf met een slachtoffer dat is overleden dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; of
– een zedenmisdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van acht jaren of meer, of sprake is van een zedenmisdrijf waarbij de strafverzwaringsgrond van artikel 248, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is;
– een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van twaalf jaren of meer;
– een misdrijf met een slachtoffer dat is overleden dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; of
– een zedenmisdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van acht jaren of meer, of sprake is van een zedenmisdrijf waarbij de strafverzwaringsgrond van artikel 248, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is;
b. 1 ½ punt in alle overige gevallen.
2. Op aangehouden minderjarige verdachten is artikel 23a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toepassing, met dien verstande dat de vergoeding wordt verhoogd tot respectievelijk 3 of 1½ punten, overeenkomstig de indeling, bedoeld in het vorige lid.
a. 3 punten, indien er sprake is van een verdenking van: – een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van twaalf jaren of meer;
– een misdrijf met een slachtoffer dat is overleden dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; of
– een zedenmisdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van acht jaren of meer, of sprake is van een zedenmisdrijf waarbij de strafverzwaringsgrond van artikel 248, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is;
– een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van twaalf jaren of meer;
– een misdrijf met een slachtoffer dat is overleden dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen; of
– een zedenmisdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van acht jaren of meer, of sprake is van een zedenmisdrijf waarbij de strafverzwaringsgrond van artikel 248, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is;
b. 1 ½ punt in alle overige gevallen.
2. Op aangehouden minderjarige verdachten is artikel 23a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toepassing, met dien verstande dat de vergoeding wordt verhoogd tot respectievelijk 3 of 1½ punten, overeenkomstig de indeling, bedoeld in het vorige lid.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037612
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl