BWBR0037608
Geldig vanaf 2016-02-13
Artikel 3
Besluit benoemingsprocedure voorzitter Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 2016
1. Er is een commissie van aanbeveling die bestaat uit de directeur van ESTT, de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg indien de vacature een Regionaal Tuchtcollege betreft of een voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege indien de vacature de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege betreft, die als voorzitter fungeert, en een plaatsvervangend voorzitter van het betreffende Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
2. Gedurende deze procedure kan de commissie van aanbeveling zich laten ondersteunen door een MD-adviseur.
3. Indien een sollicitant lid is van een Regionaal Tuchtcollege waarvan de voorzitter deel uitmaakt van de commissie van aanbeveling, laat deze voorzitter zich vervangen door een voorzitter van een ander Regionaal Tuchtcollege. Indien het gaat om de functie van voorzitter van het CTG en een van de leden van dat college tot de sollicitanten behoort, wordt de positie van het lid van de commissie vanuit het CTG ingenomen door een plaatsvervangend voorzitter oudste in anciënniteit, niet zijnde de betreffende sollicitant.
4. De commissie van aanbeveling kan uit de sollicitanten een voorselectie maken van degenen die naar haar mening voor de vervulling van de vacature in aanmerking lijken te komen. De commissie van aanbeveling nodigt de meest geschikt lijkende sollicitanten uit voor een gesprek.
5. De commissie van aanbeveling kan inlichtingen inwinnen bij de referenten na toestemming van de sollicitant. De sollicitant heeft het recht kennis te nemen van de zakelijke inhoud van de inlichtingen. De commissie kan verzoeken om andere referenten te mogen benaderen.
2. Gedurende deze procedure kan de commissie van aanbeveling zich laten ondersteunen door een MD-adviseur.
3. Indien een sollicitant lid is van een Regionaal Tuchtcollege waarvan de voorzitter deel uitmaakt van de commissie van aanbeveling, laat deze voorzitter zich vervangen door een voorzitter van een ander Regionaal Tuchtcollege. Indien het gaat om de functie van voorzitter van het CTG en een van de leden van dat college tot de sollicitanten behoort, wordt de positie van het lid van de commissie vanuit het CTG ingenomen door een plaatsvervangend voorzitter oudste in anciënniteit, niet zijnde de betreffende sollicitant.
4. De commissie van aanbeveling kan uit de sollicitanten een voorselectie maken van degenen die naar haar mening voor de vervulling van de vacature in aanmerking lijken te komen. De commissie van aanbeveling nodigt de meest geschikt lijkende sollicitanten uit voor een gesprek.
5. De commissie van aanbeveling kan inlichtingen inwinnen bij de referenten na toestemming van de sollicitant. De sollicitant heeft het recht kennis te nemen van de zakelijke inhoud van de inlichtingen. De commissie kan verzoeken om andere referenten te mogen benaderen.