BWBR0037570
Geldig vanaf 2016-02-01
Artikel 4
Regeling beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen en kinderen 1–12 jaar
1. De beoordelingscommissie stelt een reglement vast, waarin in ieder geval wordt geregeld:
a. de wijze waarop de beoordelingscommissie haar werkzaamheden uitvoert;
b. de wijze waarop de arts een late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene of een kind moet melden;
c. de wijze waarop de arts wordt gehoord, en de wijze waarop aan de arts kan worden gevraagd zijn verslag schriftelijk of mondeling aan te vullen, indien dit voor een goede beoordeling van het handelen van de arts noodzakelijk is;
d. de wijze waarop een andere zorgverlener of de onafhankelijke arts kan worden gehoord;
e. de wijze waarop een lid van de beoordelingscommissie zich verschoont en kan worden gewraakt, indien er feiten en omstandigheden bestaan waardoor de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van zijn oordeel schade zou kunnen lijden;
f. de wijze waarop de beoordelingscommissie tot haar oordeel komt;
g. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de beoordelingscommissie de arts over haar oordeel informeert;
h. de wijze waarop de beoordelingscommissie, op verzoek van de arts of uit eigen beweging, het door haar gegeven oordeel mondeling toelicht tegenover de arts;
i. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de beoordelingscommissie het college, of de inspectie, of het college en de inspectie informeert over haar oordeel;
j. de wijze waarop de beoordelingscommissie verslag doet van haar werkzaamheden.
2. Het reglement wordt ter goedkeuring overgelegd aan de Ministers.
a. de wijze waarop de beoordelingscommissie haar werkzaamheden uitvoert;
b. de wijze waarop de arts een late zwangerschapsafbreking of levensbeëindiging bij een pasgeborene of een kind moet melden;
c. de wijze waarop de arts wordt gehoord, en de wijze waarop aan de arts kan worden gevraagd zijn verslag schriftelijk of mondeling aan te vullen, indien dit voor een goede beoordeling van het handelen van de arts noodzakelijk is;
d. de wijze waarop een andere zorgverlener of de onafhankelijke arts kan worden gehoord;
e. de wijze waarop een lid van de beoordelingscommissie zich verschoont en kan worden gewraakt, indien er feiten en omstandigheden bestaan waardoor de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van zijn oordeel schade zou kunnen lijden;
f. de wijze waarop de beoordelingscommissie tot haar oordeel komt;
g. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de beoordelingscommissie de arts over haar oordeel informeert;
h. de wijze waarop de beoordelingscommissie, op verzoek van de arts of uit eigen beweging, het door haar gegeven oordeel mondeling toelicht tegenover de arts;
i. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de beoordelingscommissie het college, of de inspectie, of het college en de inspectie informeert over haar oordeel;
j. de wijze waarop de beoordelingscommissie verslag doet van haar werkzaamheden.
2. Het reglement wordt ter goedkeuring overgelegd aan de Ministers.