BWBR0037560
Geldig vanaf 2016-01-25
Artikel 3
Tijdelijke regeling pilot elektronische Nederlandse identiteitskaart
1. In een elektronische Nederlandse identiteitskaart worden in de chip, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de paspoortuitvoeringsregeling, naast en gescheiden van de bestaande gegevens, de gegevens en de programmatuur opgeslagen die noodzakelijk zijn voor elektronische authenticatie van de pilotdeelnemer.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens zijn:
a. een informatieloos nummer dat uniek verbonden is aan de authenticatiefunctionaliteit op de Nederlandse identiteitskaart van een pilotdeelnemer;
b. de technische gegevens waarmee wordt geverifieerd dat de desbetreffende authenticatiefunctionaliteit vertrouwd kan worden;
c. de technische gegevens waarmee, in combinatie met de aan de pilotdeelnemer uitgegeven toegangscodes, wordt geverifieerd dat de authenticatiefunctionaliteit door de daartoe gerechtigde pilotdeelnemer wordt gebruikt.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens zijn:
a. een informatieloos nummer dat uniek verbonden is aan de authenticatiefunctionaliteit op de Nederlandse identiteitskaart van een pilotdeelnemer;
b. de technische gegevens waarmee wordt geverifieerd dat de desbetreffende authenticatiefunctionaliteit vertrouwd kan worden;
c. de technische gegevens waarmee, in combinatie met de aan de pilotdeelnemer uitgegeven toegangscodes, wordt geverifieerd dat de authenticatiefunctionaliteit door de daartoe gerechtigde pilotdeelnemer wordt gebruikt.