BWBR0037439
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 2
Gemeentelijk Versnellingsarrangement
1. De vreemdeling, bedoeld in artikel 1, wordt slechts uitgesloten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c, en d, van de Rva 2005, vanaf het moment dat een gemeente huisvesting voor de vreemdeling beschikbaar heeft gesteld in de zin van dit besluit, niet zijnde huisvesting die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, tenzij het een gebouw betreft dat bestemd is voor bewoning door personen als bedoeld in artikel 57, onderdelen b, c en d, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015en dat leegstaat als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Leegstandwet, met dien verstande dat deze huisvesting uiterlijk op 31 december 2016 beschikbaar moet zijn gesteld.
2. Dit besluit is gedurende maximaal vierentwintig maanden na vergunningverlening, met aftrek van de duur van de periode waarin de vergunninghouder na vergunningverlening nog van het onderdak als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rva 2005gebruik maakt, van toepassing op de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verstrekt het COA aan de betreffende gemeente een financiële toelage van € 75 per week per gehuisveste volwassen persoon en € 37,50 per week per gehuisvest minderjarig kind. Het COA verstrekt de gemeente de financiële toelage gedurende maximaal vierentwintig maanden, eveneens met aftrek van de duur van de periode waarin de vergunninghouder na vergunningverlening nog van het onderdak als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rva 2005gebruik maakt.
4. Het COA verstrekt de vreemdeling, die op grond van het eerste lid is uitgesloten van de verstrekkingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c, en d, van de Rva 2005, de financiële toelage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Rva 2005, gedurende maximaal vierentwintig maanden, eveneens met aftrek van de duur van de periode waarin de vergunninghouder na vergunningverlening nog van het onderdak als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rva 2005 gebruik maakt.
5. De toelagen, bedoeld in het derde en vierde lid, worden voorts beëindigd met ingang van de datum waarop de gemeente de vreemdeling, bedoeld in artikel 1en artikel 2, eerste lid, huisvesting beschikbaar heeft gesteld als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a en c, van de Rva 2005. De toelagen bedoeld in het derde en vierde lid, worden voorts beëindigd indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1 en 2, zelfstandig huisvesting heeft geregeld of met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Dit besluit is gedurende maximaal vierentwintig maanden na vergunningverlening, met aftrek van de duur van de periode waarin de vergunninghouder na vergunningverlening nog van het onderdak als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rva 2005gebruik maakt, van toepassing op de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verstrekt het COA aan de betreffende gemeente een financiële toelage van € 75 per week per gehuisveste volwassen persoon en € 37,50 per week per gehuisvest minderjarig kind. Het COA verstrekt de gemeente de financiële toelage gedurende maximaal vierentwintig maanden, eveneens met aftrek van de duur van de periode waarin de vergunninghouder na vergunningverlening nog van het onderdak als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rva 2005gebruik maakt.
4. Het COA verstrekt de vreemdeling, die op grond van het eerste lid is uitgesloten van de verstrekkingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c, en d, van de Rva 2005, de financiële toelage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Rva 2005, gedurende maximaal vierentwintig maanden, eveneens met aftrek van de duur van de periode waarin de vergunninghouder na vergunningverlening nog van het onderdak als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rva 2005 gebruik maakt.
5. De toelagen, bedoeld in het derde en vierde lid, worden voorts beëindigd met ingang van de datum waarop de gemeente de vreemdeling, bedoeld in artikel 1en artikel 2, eerste lid, huisvesting beschikbaar heeft gesteld als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a en c, van de Rva 2005. De toelagen bedoeld in het derde en vierde lid, worden voorts beëindigd indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1 en 2, zelfstandig huisvesting heeft geregeld of met onbekende bestemming is vertrokken.