BWBR0037432
Geldig vanaf 2015-12-30
Artikel 11
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie 2015
1. Artikel 10is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden van het hoofd van de afdeling Budgetbeheer, secretariaat en bedrijfsvoering-SZI, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de eigen afdeling.
2. In afwijking van het eerste lid wordt aan het hoofd van de afdeling Budgetbeheer, secretariaat en bedrijfsvoering-SZI mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de directeur-generaal en de directeuren.
3. In afwijking van het eerste lid wordt aan het hoofd van de afdeling Budgetbeheer, secretariaat en bedrijfsvoering-SZI volmacht verleend met betrekking tot het aangaan van overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 75.000,- per overeenkomst inclusief btw, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de directeur-generaal en de directeuren.
4. De directeuren blijven te allen tijde bevoegd de bevoegdheden, genoemd in het tweede en derde lid, voor zover zij verband houden met de eigen directie dan wel bureau, zelf uit te oefenen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt aan het hoofd van de afdeling Budgetbeheer, secretariaat en bedrijfsvoering-SZI mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de directeur-generaal en de directeuren.
3. In afwijking van het eerste lid wordt aan het hoofd van de afdeling Budgetbeheer, secretariaat en bedrijfsvoering-SZI volmacht verleend met betrekking tot het aangaan van overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 75.000,- per overeenkomst inclusief btw, voor zover zij verband houden met de verantwoordelijkheden ten behoeve van de directeur-generaal en de directeuren.
4. De directeuren blijven te allen tijde bevoegd de bevoegdheden, genoemd in het tweede en derde lid, voor zover zij verband houden met de eigen directie dan wel bureau, zelf uit te oefenen.