BWBR0037402
Geldig vanaf 2018-08-24
Artikel 4
Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs
1. Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht arbeidsmarktperspectief bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. Ruim een jaar na afstuderen 30% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden, of
b. Ruim een jaar na afstuderen 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden op het niveau van de opleiding.
2. Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht doelmatigheid bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding wordt aangeboden en bij tenminste één van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder studenten zijn ingeschreven,
b. er landelijk minder dan 50 studenten zijn ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en deze studenten verdeeld zijn over twee of meer instellingen, of
c. er binnen de regio overleg heeft plaatsgevonden tussen twee of meer instellingen over het doelmatig aanbieden van een opleiding en dit overleg niet geleid heeft tot een voor partijen aanvaardbare situatie.
3. Indien de minister aanleiding ziet voor een onderzoek dan vraagt hij advies aan de commissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe stuurt hij het dossier door naar de adviescommissie.
a. Ruim een jaar na afstuderen 30% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden, of
b. Ruim een jaar na afstuderen 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden op het niveau van de opleiding.
2. Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht doelmatigheid bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding wordt aangeboden en bij tenminste één van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder studenten zijn ingeschreven,
b. er landelijk minder dan 50 studenten zijn ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en deze studenten verdeeld zijn over twee of meer instellingen, of
c. er binnen de regio overleg heeft plaatsgevonden tussen twee of meer instellingen over het doelmatig aanbieden van een opleiding en dit overleg niet geleid heeft tot een voor partijen aanvaardbare situatie.
3. Indien de minister aanleiding ziet voor een onderzoek dan vraagt hij advies aan de commissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe stuurt hij het dossier door naar de adviescommissie.