BWBR0037376
Geldig vanaf 2020-11-09
Artikel 6
Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders
1. De minister geeft met betrekking tot een aanmelding, bedoeld in artikel 5, een verklaring van budgetreservering af. In een verklaring van budgetreservering wordt vermeld welk bedrag is gereserveerd voor een subsidieaanvraag op grond van deze regeling die betrekking heeft op de woonvoorziening waarvan de voorgenomen realisatie met toepassing van artikel 5 is aangemeld. De afgifte vindt plaats op volgorde van de datum van ontvangst van de aanmeldingen. Artikel 9, eerste lid, van het Kaderbesluitis van overeenkomstige toepassing.
2. De reservering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 6250, vermenigvuldigd met het beoogde aantal in de woonvoorziening te huisvesten vergunninghouders.
3. De minister geeft geen verklaring van budgetreservering af indien:
a. de aanmelding niet voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen;
b. er gegronde reden is te vermoeden dat de aanmelder de te realiseren woonvoorziening niet zal realiseren;
c. de te realiseren woonvoorziening het ombouwen van voor wonen bestemde ruimte betreft;
d. de woonvoorziening vóór 1 december 2015 is gerealiseerd;
e. volgens de aanmelding een onaannemelijk groot aantal vergunninghouders in de te realiseren woonvoorziening gehuisvest zal worden;
f. er gegronde reden is te vermoeden dat er minder dan vier vergunninghouders in de te realiseren woonvoorziening zullen worden gehuisvest;
g. er met betrekking tot de te realiseren woonvoorziening reeds een verklaring van budgetreservering is afgegeven en deze verklaring niet met toepassing van het zesde lid is ingetrokken; of
h. door de afgifte ervan in totaal meer dan € 87.500.000 gereserveerd zou zijn.
4. Indien op de dag waarop de grens van € 87.500.000, bedoeld in het derde lid, onder h, wordt bereikt meer dan één aanmelding als bedoeld in artikel 5ontvangen is, wordt de onderlinge rangschikking van die aanmeldingen vastgesteld door middel van loting.
5. Een verklaring van budgetreservering vervalt na 24 maanden na de dagtekening ervan.
6. De minister kan een verklaring van budgetreservering op verzoek van de ontvanger ervan intrekken. Met betrekking tot de woonvoorziening, waarop de ingetrokken verklaring van budgetreservering betrekking had, kan opnieuw aanmelding overeenkomstig artikel 5plaatsvinden.
2. De reservering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 6250, vermenigvuldigd met het beoogde aantal in de woonvoorziening te huisvesten vergunninghouders.
3. De minister geeft geen verklaring van budgetreservering af indien:
a. de aanmelding niet voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen;
b. er gegronde reden is te vermoeden dat de aanmelder de te realiseren woonvoorziening niet zal realiseren;
c. de te realiseren woonvoorziening het ombouwen van voor wonen bestemde ruimte betreft;
d. de woonvoorziening vóór 1 december 2015 is gerealiseerd;
e. volgens de aanmelding een onaannemelijk groot aantal vergunninghouders in de te realiseren woonvoorziening gehuisvest zal worden;
f. er gegronde reden is te vermoeden dat er minder dan vier vergunninghouders in de te realiseren woonvoorziening zullen worden gehuisvest;
g. er met betrekking tot de te realiseren woonvoorziening reeds een verklaring van budgetreservering is afgegeven en deze verklaring niet met toepassing van het zesde lid is ingetrokken; of
h. door de afgifte ervan in totaal meer dan € 87.500.000 gereserveerd zou zijn.
4. Indien op de dag waarop de grens van € 87.500.000, bedoeld in het derde lid, onder h, wordt bereikt meer dan één aanmelding als bedoeld in artikel 5ontvangen is, wordt de onderlinge rangschikking van die aanmeldingen vastgesteld door middel van loting.
5. Een verklaring van budgetreservering vervalt na 24 maanden na de dagtekening ervan.
6. De minister kan een verklaring van budgetreservering op verzoek van de ontvanger ervan intrekken. Met betrekking tot de woonvoorziening, waarop de ingetrokken verklaring van budgetreservering betrekking had, kan opnieuw aanmelding overeenkomstig artikel 5plaatsvinden.