BWBR0037358
Geldig vanaf 2022-06-20
Artikel 4
Uitvoeringsregeling Wkkgz
1. De minister trekt een erkenning in op aanvraag.
2. De minister kan voorts een erkenning intrekken indien:
a. bij de aanvraag om erkenning zodanig onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt dat de minister bij de beslissing op een aanvraag om erkenning een andere beslissing zou hebben genomen indien hem de juiste informatie was verstrekt;
b. niet langer wordt voldaan aan de in de artikelen 19 tot en met 22 van de wet en deze regeling gestelde eisen;
c. niet wordt voldaan aan de aan de erkenning verbonden voorschriften.
2. De minister kan voorts een erkenning intrekken indien:
a. bij de aanvraag om erkenning zodanig onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt dat de minister bij de beslissing op een aanvraag om erkenning een andere beslissing zou hebben genomen indien hem de juiste informatie was verstrekt;
b. niet langer wordt voldaan aan de in de artikelen 19 tot en met 22 van de wet en deze regeling gestelde eisen;
c. niet wordt voldaan aan de aan de erkenning verbonden voorschriften.