BWBR0037347
Geldig vanaf 01-07-2025
Artikel 13
Wet kinderbijslagvoorziening BES
1. Onze Minister kan een beschikking tot toekenning van kinderbijslag BES als bedoeld in artikel 5 en, indien van toepassing, artikel 5a, eerste lid, herzien dan wel intrekken indien:
a. het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 14 of 15 heeft geleid tot het ten onrechte toekennen van kinderbijslag BES;
b. ten onrechte kinderbijslag BES is toegekend;
c. het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 14 of 15 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op kinderbijslag BES bestaat;
d. de rechthebbende of diens kind waarvoor kinderbijslag BES wordt ontvangen, een uitreiziger is.
2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan Onze Minister geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien.
a. het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 14 of 15 heeft geleid tot het ten onrechte toekennen van kinderbijslag BES;
b. ten onrechte kinderbijslag BES is toegekend;
c. het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 14 of 15 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op kinderbijslag BES bestaat;
d. de rechthebbende of diens kind waarvoor kinderbijslag BES wordt ontvangen, een uitreiziger is.
2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan Onze Minister geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037347
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl