BWBR0037328
Geldig vanaf 23-02-2023
Artikel 5
Besluit mandaatverlening aan korpschef KPBES en algemeen commandant brandweer BES 2012
1. Van het ingevolge artikel 4 van de Regeling verlening ondermandaat korpsbeheer politie en brandweer BES 2012 aan de directeur-generaal Politie verleende ondermandaat, wordt ondermandaat verleend aan de algemeen commandant met dien verstande dat aan de directeur-generaal Politie blijft voorbehouden:
a. de besluitvorming inzake het schorsen en het om disciplinaire redenen ontslaan van ambtenaren die zijn of worden geplaatst bij van het brandweerkorps;
b. de besluitvorming inzake de bezoldiging, beloning en het toekennen van toelagen aan de korpsleiding;
c. het toekennen en intrekken van enigerlei vorm van vakantie en verlof van de algemeen commandant;
d. het goedkeuren van dienstreizen en werkbezoeken buiten het Caribisch deel van het Koninkrijk door de algemeen commandant;
e. het voeren van functioneringsgesprekken met de algemeen commandant en de vastlegging van de daarop gebaseerde beoordelingen;
f. de beëdiging van de algemeen commandant;
g. het ten behoeve van de uitvoering van activiteiten voor de instandhouding van het brandweerkorps, met uitzondering van het verrichten van investeringen, namens de Minister voor de Staat verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen boven een bedrag van USD 35.000,– exclusief ABB, met uitzondering van het afsluiten van leasecontracten;
h. de behandeling van klachten over gedragingen van de algemeen commandant, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Veiligheidswet BES.
2. Het mandaat van de algemeen commandant van het brandweerkorps strekt zich naast de in artikel 5, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de Regeling verlening ondermandaat korpsbeheer politie en brandweer BES 2012 genoemde gevallen in ieder geval uit tot het doen van voorstellen aan de directeur-generaal Politie voor de benoeming, bevordering, schorsing, het opleggen van disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel van het brandweerkorps.
a. de besluitvorming inzake het schorsen en het om disciplinaire redenen ontslaan van ambtenaren die zijn of worden geplaatst bij van het brandweerkorps;
b. de besluitvorming inzake de bezoldiging, beloning en het toekennen van toelagen aan de korpsleiding;
c. het toekennen en intrekken van enigerlei vorm van vakantie en verlof van de algemeen commandant;
d. het goedkeuren van dienstreizen en werkbezoeken buiten het Caribisch deel van het Koninkrijk door de algemeen commandant;
e. het voeren van functioneringsgesprekken met de algemeen commandant en de vastlegging van de daarop gebaseerde beoordelingen;
f. de beëdiging van de algemeen commandant;
g. het ten behoeve van de uitvoering van activiteiten voor de instandhouding van het brandweerkorps, met uitzondering van het verrichten van investeringen, namens de Minister voor de Staat verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen boven een bedrag van USD 35.000,– exclusief ABB, met uitzondering van het afsluiten van leasecontracten;
h. de behandeling van klachten over gedragingen van de algemeen commandant, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Veiligheidswet BES.
2. Het mandaat van de algemeen commandant van het brandweerkorps strekt zich naast de in artikel 5, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de Regeling verlening ondermandaat korpsbeheer politie en brandweer BES 2012 genoemde gevallen in ieder geval uit tot het doen van voorstellen aan de directeur-generaal Politie voor de benoeming, bevordering, schorsing, het opleggen van disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel van het brandweerkorps.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037328
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl