BWBR0037315
Geldig vanaf 2018-01-31
Artikel 20
Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese spoorwegruimte
1. In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. het omschrijven van dienstvoorzieningen als bedoeld in bijlage II, punt 2, van richtlijn 2012/34/EU;
b. het vaststellen van voorwaarden en de wijze van jaarlijks kenbaar maken, bedoeld in artikel 18;
c. de wijze waarop kosten kunnen worden vastgesteld en toegerekend, benodigd om een dienst te verrichten, vermeerderd met een redelijke winst als bedoeld in artikel 19;
d. artikel 68a van de wet.
2. Bij ministeriële regeling kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de te volgen procedure en criteria voor toegang tot dienstvoorzieningen, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen, bedoeld in artikel 13, negende lid, van richtlijn 2012/34/EU;
b. de toerekening van kosten aan het minimumtoegangspakket, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU;
c. de eisen aan de methode voor toerekening, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
3. In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de schaarsteheffing, bedoeld in artikel 11a;
b. de bonus en malus voor luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 11b;
c. de bonus en malus voor geluidsreductie, bedoeld in artikel 11c;
d. de extra heffing, bedoeld in artikel 11d, eerste lid;
e. de prestatieregeling, bedoeld in artikel 11i, eerste lid;
f. de heffing, bedoeld in artikel 11j, eerste lid.
a. het omschrijven van dienstvoorzieningen als bedoeld in bijlage II, punt 2, van richtlijn 2012/34/EU;
b. het vaststellen van voorwaarden en de wijze van jaarlijks kenbaar maken, bedoeld in artikel 18;
c. de wijze waarop kosten kunnen worden vastgesteld en toegerekend, benodigd om een dienst te verrichten, vermeerderd met een redelijke winst als bedoeld in artikel 19;
d. artikel 68a van de wet.
2. Bij ministeriële regeling kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de te volgen procedure en criteria voor toegang tot dienstvoorzieningen, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen, bedoeld in artikel 13, negende lid, van richtlijn 2012/34/EU;
b. de toerekening van kosten aan het minimumtoegangspakket, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU;
c. de eisen aan de methode voor toerekening, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
3. In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de schaarsteheffing, bedoeld in artikel 11a;
b. de bonus en malus voor luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 11b;
c. de bonus en malus voor geluidsreductie, bedoeld in artikel 11c;
d. de extra heffing, bedoeld in artikel 11d, eerste lid;
e. de prestatieregeling, bedoeld in artikel 11i, eerste lid;
f. de heffing, bedoeld in artikel 11j, eerste lid.