BWBR0037313
Geldig vanaf 01-01-2016
Artikel 5
Beleidsregels nevenactiviteiten 2016
1. Bij de beoordeling of de nevenactiviteit op ‘marktconforme wijze‘ wordt verricht, als bedoeld in artikel 2.132, derde lid, van de wet, wordt in ieder geval betrokken:
a. de kostprijs van de nevenactiviteit;
b. de licentievergoeding en verkoopprijs van de nevenactiviteit; en
c. de markt die met de nevenactiviteit wordt betreden.
2. Het Commissariaat kan bij zijn oordeel over marktconformiteit ook andere factoren betrekken, zoals bijvoorbeeld de waarde van het gebruik van het imago van de publieke media-instelling en het betreffende media-aanbod en de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen.
3. Het Commissariaat baseert zich bij het bepalen van de relevante markt, indien mogelijk, op de uitgangspunten en benaderingen van ACM.
a. de kostprijs van de nevenactiviteit;
b. de licentievergoeding en verkoopprijs van de nevenactiviteit; en
c. de markt die met de nevenactiviteit wordt betreden.
2. Het Commissariaat kan bij zijn oordeel over marktconformiteit ook andere factoren betrekken, zoals bijvoorbeeld de waarde van het gebruik van het imago van de publieke media-instelling en het betreffende media-aanbod en de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen.
3. Het Commissariaat baseert zich bij het bepalen van de relevante markt, indien mogelijk, op de uitgangspunten en benaderingen van ACM.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037313
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl