BWBR0037273
Geldig vanaf 2015-12-17
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2015
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein V, Werk, Inkomen en Zorg, als genoemd in onderdeel 10.3 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
4. De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant nr. 15855 van 11 juni 2014).
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
4. De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant nr. 15855 van 11 juni 2014).