BWBR0037170
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 3
Instellingsbesluit RZO
1. De Raad heeft de volgende taken:
a. Het bevorderen van de samenwerking tussen alle in het civiel-militaire zorgsysteem betrokken partijen.
b. Het bevorderen van de gewenste specialisatie van de betrokken partijen in het civiel-militaire zorgsysteem, opdat het gehele zorgsysteem alle benodigde expertise bevat en de partijen goed ten opzichte van elkaar functioneren.
c. Het houden van toezicht op het functioneren van het civiel-militaire zorgsysteem voor de hulpverlening aan veteranen.
d. Het naar aanleiding van bevindingen voortkomend uit de toezichthoudende taak geven van advies aan de Minister en aan de betrokken partijen.
e. Het monitoren van recente ontwikkelingen met relevantie voor het civiel-militaire zorgsysteem voor de hulpverlening aan veteranen.
f. Het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van aandoeningen gerelateerd aan uitzendingen.
2. De Raad legt schriftelijk vast op welke wijze hij aan de in het eerste lid genoemde taken en bevoegdheden uitvoering geeft.
a. Het bevorderen van de samenwerking tussen alle in het civiel-militaire zorgsysteem betrokken partijen.
b. Het bevorderen van de gewenste specialisatie van de betrokken partijen in het civiel-militaire zorgsysteem, opdat het gehele zorgsysteem alle benodigde expertise bevat en de partijen goed ten opzichte van elkaar functioneren.
c. Het houden van toezicht op het functioneren van het civiel-militaire zorgsysteem voor de hulpverlening aan veteranen.
d. Het naar aanleiding van bevindingen voortkomend uit de toezichthoudende taak geven van advies aan de Minister en aan de betrokken partijen.
e. Het monitoren van recente ontwikkelingen met relevantie voor het civiel-militaire zorgsysteem voor de hulpverlening aan veteranen.
f. Het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van aandoeningen gerelateerd aan uitzendingen.
2. De Raad legt schriftelijk vast op welke wijze hij aan de in het eerste lid genoemde taken en bevoegdheden uitvoering geeft.