BWBR0037127
Geldig vanaf 2015-11-01
Artikel 2
Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst
Voor de volgende groepen kan het berichtenverkeer, bedoeld in de artikelen 3a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 7c, van de Invorderingswet 1990en artikel 13 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingenanders dan langs elektronische weg plaatsvinden:
a. belanghebbenden die de leeftijd van 14 jaar nog niet hebben bereikt;
b. nabestaanden van overleden belanghebbenden, voor zover het aangelegenheden betreft inzake de heffing of invordering van belastingen of inzake tegemoetkomingen op grond van inkomensafhankelijke regelingen van die belanghebbenden;
c. belanghebbenden: 1°. die onder bewind zijn gesteld als bedoeld in artikel 431 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. voor wie een mentorschap is ingesteld als bedoeld in artikel 450 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
3°. die onder curatele zijn gesteld als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
4°. die in staat van faillissement verkeren als bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet en ten aanzien van wie een curator is aangesteld als bedoeld in artikel 68 van die wet; of
5°. ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling is uitgesproken als bedoeld in artikel 284 van de Faillissementswet en een bewindvoerder is aangesteld als bedoeld in artikel 314 van die wet;
1°. die onder bewind zijn gesteld als bedoeld in artikel 431 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. voor wie een mentorschap is ingesteld als bedoeld in artikel 450 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
3°. die onder curatele zijn gesteld als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
4°. die in staat van faillissement verkeren als bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet en ten aanzien van wie een curator is aangesteld als bedoeld in artikel 68 van die wet; of
5°. ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling is uitgesproken als bedoeld in artikel 284 van de Faillissementswet en een bewindvoerder is aangesteld als bedoeld in artikel 314 van die wet;
d. belanghebbenden: 1°. die op grond van artikel 2.68 van de Wet basisregistratie personen als niet-ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;
2°. die rechtspersoon zijn en in de administratie van de Belastingdienst zijn opgenomen met een vestigingsadres buiten Nederland;
1°. die op grond van artikel 2.68 van de Wet basisregistratie personen als niet-ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;
2°. die rechtspersoon zijn en in de administratie van de Belastingdienst zijn opgenomen met een vestigingsadres buiten Nederland;
e. belanghebbenden als bedoeld in artikel 33 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.
a. belanghebbenden die de leeftijd van 14 jaar nog niet hebben bereikt;
b. nabestaanden van overleden belanghebbenden, voor zover het aangelegenheden betreft inzake de heffing of invordering van belastingen of inzake tegemoetkomingen op grond van inkomensafhankelijke regelingen van die belanghebbenden;
c. belanghebbenden: 1°. die onder bewind zijn gesteld als bedoeld in artikel 431 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. voor wie een mentorschap is ingesteld als bedoeld in artikel 450 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
3°. die onder curatele zijn gesteld als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
4°. die in staat van faillissement verkeren als bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet en ten aanzien van wie een curator is aangesteld als bedoeld in artikel 68 van die wet; of
5°. ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling is uitgesproken als bedoeld in artikel 284 van de Faillissementswet en een bewindvoerder is aangesteld als bedoeld in artikel 314 van die wet;
1°. die onder bewind zijn gesteld als bedoeld in artikel 431 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. voor wie een mentorschap is ingesteld als bedoeld in artikel 450 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
3°. die onder curatele zijn gesteld als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
4°. die in staat van faillissement verkeren als bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet en ten aanzien van wie een curator is aangesteld als bedoeld in artikel 68 van die wet; of
5°. ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling is uitgesproken als bedoeld in artikel 284 van de Faillissementswet en een bewindvoerder is aangesteld als bedoeld in artikel 314 van die wet;
d. belanghebbenden: 1°. die op grond van artikel 2.68 van de Wet basisregistratie personen als niet-ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;
2°. die rechtspersoon zijn en in de administratie van de Belastingdienst zijn opgenomen met een vestigingsadres buiten Nederland;
1°. die op grond van artikel 2.68 van de Wet basisregistratie personen als niet-ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen;
2°. die rechtspersoon zijn en in de administratie van de Belastingdienst zijn opgenomen met een vestigingsadres buiten Nederland;
e. belanghebbenden als bedoeld in artikel 33 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.