BWBR0037100
Geldig vanaf 2016-08-01
Artikel 7
Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019
1. Het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs kan de periode, vastgesteld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.
2. In afwijking van artikel 2kan het bevoegd gezag van een school, indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen, bedoeld in de vorige volzin, wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de school stond ingeschreven.
3. In afwijking van artikel 2kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6.
4. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.
5. Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, kan de perioden, vastgesteld in artikel 6bekorten.
6. In afwijking van artikel 6hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties in het primair en voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. In afwijking van artikel 6, beginnen de zomervakanties in deze gemeenten steeds tegelijk met die regio die het eerst vakantie heeft.
7. De Inspectie van het Onderwijs toetst of de afwijkingen, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften.
2. In afwijking van artikel 2kan het bevoegd gezag van een school, indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen, bedoeld in de vorige volzin, wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de school stond ingeschreven.
3. In afwijking van artikel 2kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen op grond van artikel 6.
4. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.
5. Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, kan de perioden, vastgesteld in artikel 6bekorten.
6. In afwijking van artikel 6hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties in het primair en voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. In afwijking van artikel 6, beginnen de zomervakanties in deze gemeenten steeds tegelijk met die regio die het eerst vakantie heeft.
7. De Inspectie van het Onderwijs toetst of de afwijkingen, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften.